“Zijn listen zijn ons niet onbekend”.

 

FOTO'S BIJ DEZE BRIEF:   klik met je muis

 

Een aangrijpende situatie met Jan. 

Looft de Heere want Hij is goed!
Het is zo’n 45 graden, nergens is wat verkoeling. Tussen de middag, als Jan even op een kerkbank gelegen heeft, zegt hij dat hij misselijk is. Ik raad hem aan meer te drinken, want omdat de wc ver weg is, drinken we te weinig….We gaan nog even onze polsen onder de kraan koelen en de les begint. Bijna aan het eind komt er een hermano naar me toe om paracetamol te vragen, omdat hermano Jan hoofdpijn heeft. Mijn signaal springt op rood! Na de les ga ik naar hem toe, hij is spierwit, kan amper staan….Ik ben zo ziek, zegt hij, zo ziek. Een hermano zegt tegen een ander, hermano Jan heeft geen kleur meer. Met schrik en zorg zie ik weg die we moeten gaan, voor we bij de Rio zijn. De pilote komt ons altijd ophalen en neemt mijn rugzak. Maar Jan kan niet meer lopen. Twee sterkte jonge broeders ondersteunen en voetje voor voetje schuifelen we een eindje. Ik kan niet meer, steunt hij …en we gaan in de schaduw van een huis zitten. Dit is mijn muerto, zegt hij dan. Een eind naar beneden, bij ons gebouw, staan de hermanos hem na te kijken, als ze zien dat hij niet meer kan, komen ze er allemaal aan en gaan rondom hem staande, bidden. Nooit kan ik vertellen wat de waarde van deze eenvoudige lieve broeders is. Daarna ondersteunen ze hem nog meer, maar het gaat niet meer. Ze willen hem dragen…Hermanas geven mij een arm, steunen mij…zijn zo ongelooflijk lief, dat de tranen nu nog in mijn ogen springen. Een hermana rent naar huis om een maca, een hangmat. Leggen die op de grond en leggen Jan er op. Heel de groep van 130 mensen gaat weer in gebed….Met zoveel voorzichtigheid en liefde dragen ze hem met een man of 9. Als we bijna bij de Rio zijn, gaan ze weer in gebed, want die steile kant naar beneden is geen kleinigheid. Dan dragen ze hem voetje voor voetje naar beneden. Jan is zo ziek, moet overgeven, maar kan niet, als ze een eindje naar beneden gedaald zijn, werkelijk, God stuurt een chalupa, een snelle boot met banken. O, de trouw van de Meester!!! De hermanos roepen en zwaaien en de boot komt er aan. Isabel heeft mij hier onder haar hoede genomen. Ze leggen Jan op de bank en we varen naar La Pozza. Maar ja…ook daar is geen ziekenhuis of wat. Jan is heeeel heet. Bij de boot wordt een motocar geroepen, daar zetten ze hem in, een broeder en ik ondersteunen hem. Bij de Hostal dragen ze hem omhoog en leggen hem op bed. Met 10 hermanos en Isabel en Dorcas staan we om hem heen…Ik heb het zo heet, klaagt hij en ben zo ziek, ik ga sterven. Ik leg een nat washandje op zijn voorhoofd, Alejandro haalt 2 flesjes ijskoud water die we tegen zijn gezicht aan leggen. Ook sprenkelen we het koude water op zijn borst en benen. Twee hermanos wuiven koelte toe met baddoeken. Met ons allen gaan we op de knieën. Nergens is hulp, maar we hebben onze Grote Geneesmeester en die kan hem beter maken. Is er nergens een dokter, vraagt Jan. De man van de Hostal wordt gehaald, hij is aangedaan en wrijft Jan zijn arm… Hij is door de hitte bevangen, zegt hij, dat denken wij ook. Ja, er is een dokter, die komt, een grote, jonge vrouw. Je hebt malaria, zegt ze, er is hier bastante malaria. Nee zeg ik, we gebruiken pastilles. Het is de hitte. Ik vertel dat hij ruim 5 jaar geleden is geopereerd aan zijn hart. Ze zegt, wat doe je ook hier in dit moordende klimaat….Maar zij kan niet weten, dat, als God roept, je gaat. Ik “zie” op naar de Onziendelijke, Die ons hier riep. Weer klaagt Jan, ik ben zo ziek, hermanos dit is mijn muerte. Alejandro belt SAM of ze hem morgen kunnen halen met het vliegtuigje. Hermano, je moet van de dokter naar de medische post voor een bloedonderzoek…en weer dragen ze hem naar beneden en zetten hem in de motocar. Botsend en schuddend rijden we daar met mijn doodzieke man naar Galilea. Het grijpt me diep aan. Het is al donker en …in het ziekenhuis is nergens licht….In het licht van Alejandro zijn mobiel leggen ze hem op de onderzoek tafel. Dan komt er een zuster en een broeder met een zaklamp aan en wordt er bloed afgenomen. Wat een getob. Alejandro is met de hermanos in de gang in gebed, maar dat weet ik niet. Ook heeft hij naar zijn zoon in Wawas gebeld, die riep gelijk de gemeente samen voor gebed. Regelmatig belt Bartolomé, ook Kony Alexandro’s schoondochter. En daar staan we in het donker om Jan…zo ziek, zo ziek…Het is zo donker, waarom? klaagt hij…Op die harde onderzoek tafel weet hij niet te liggen, dus zetten ze hem in een rolstoel. Hoe hij daar zat is niet te vertellen. Alejandro gaat achter hem staan en zegt, Hermano Jan, leg je hoofd maar tegen mijn borst.. We moeten wachten op de uitslag van het bloed. Ruim twee uur zitten we daar in het donker. Gelukkig, het bloed is allemaal goed, bloeddruk etc. ook…Maar o, wonder, de armen van de Heere zijn niet verkort dat Hij niet zou kunnen helpen en zijn oor dat Hij niet zou horen….Ineens zie ik een verandering bij hem en mijn hart springt op van vreugde. Na een kwartier belt Greye van SAM en zegt dat hij met alle liefde morgen vroeg om 7 uur Jan komt ophalen en wat zegt Jan, Hermano, dat vind ik geweldig, hartelijk, hartelijk dank, maar ik ben een stuk opgeknapt, het is niet meer nodig en bedankt hem, waarop Greye zo vol liefde zegt, Ik doe het graag voor je hermano Jan. Met de rolstoel rijden ze hem na de uitslag naar de doorgaande weg en zitten we met z’n allen op de stoeprand in het pikkie donker tot er een mototaxi komt. Alejandro verteld me, dat, toen ze in gebed waren, hij zag dat een zwarte wolk van Jan werd weg genomen. En op dat moment kwam er verandering in zijn situatie. We leven hier in vijandelijk gebied, in Nederland denken we daar niet aan, maar hier wil satan geen verlies. Alejandro zei, satan wilde hermano Jan van ons wegnemen… .Als ze Jan thuis naar boven hebben geholpen, 27 treden hoog, gaat hij op een stoel zitten en danken we de Heere voor Zijn wonderheerlijke uitredding. Dan vertellen de broeders me dat heel deze tijd, de hele groep hermanos in gebed zijn. Niemand is naar huis gegaan. Ik denk aan Petrus in de gevangenis, ook toen was de gemeente heel de nacht in gebed. Dat heerlijke kinderlijke geloof van deze mensen.
Vannacht, toen Jan heerlijk sliep, lag ik te denken…me te verwonderen. Zo vaak heeft de Heere uit geholpen, wonderen hebben we mee gemaakt, genade op genade. Er zijn mensen die zeggen minachtend, ja, die fam. van Dooijeweert heeft het altijd over wonderen. Alles wat ik schrijf is werkelijk gebeurt, niet één situatie is aan gedikt of overtrokken. Maar we hebben wel een beetje anders geleefd en gewerkt dan veel mensen leven en werken in ons luxe en rijke land, waar alles is en alles mogelijk is. Hier leven we in volkomen afhankelijkheid van de Heere. Het is ongelooflijk heet vannacht, nooit koelt het af en in het donker heb ik me gedoucht. Voor het open raam keek ik de rivier op….zag in de nevel van de nacht ver weg Yutupis. Ver weg in de selva is de roep van een vogel die een vrouwtje zoekt….na verloop van tijd vliegt hij wegen het geroep verstomd. Selva, heerlijke, wonder volle wereld….maar ook zo’n moordende wereld. Selva, Gods geweldige schepping. Jan ziet er weer stralend uit, zijn lopen is nog wankel, maar dat komt bij. Vanmorgen blijven we thuis, later belt Alejandro hoe het is en zegt Jan dat we om 2 uur in Yutupis hopen aan te komen. Broeders staan bij de borde van de rivier te wachten en o, wonder, het lopen gaat een stuk beter, alleen met klimmen en dalen hebben ze hem vast. Wat een liefde en bewogenheid. Dicht bij de kerk groeit de schare aan….Jan verteld hoe het geweest is en is. Alejandro verteld hoe vreselijk hij er uit gezien had, helemaal vervallen en hoe de Heere genas. En Jan….die krijgt de kracht om heel de middag les te geven, met zoveel vreugde, dat iedereen de Heere prijst. Dan is er clausura…daarna het afscheid. Hermano Jan, kom je volgend jaar, zo God wil terug? We zullen veel voor je bidden, dat het kan. Afscheid nemen is zwaar…een groep hermanos brengt ons naar de boot, we krijgen van hermana Litchi’s , zo vers van de boom, van een ander 6 blauwe eitjes. Een aangrijpende en heerlijke periode is afgesloten. In alles hebben we Gods handen ervaren. Het heeft niet meer geregend deze periode, zodat de steile en lange tocht voor ons gemakkelijker was, wel werd het heter en heter. Die laatste middag toen het ook zo heet was, was er ineens regen, wel een uur lang, zodat het minder heet was en de weg nog lang niet glibberig was. Donderdag morgen, 7 uur, varen we naar Nieva. Het is pot mistig en in een mum van tijd ben ik helemaal vochtig, Maar als later de zon schijnt, genieten we van de reis in de chalupa en de gesprekken met Alejandro die bij ons zit. Isabel, Dorcas, een hermana van de cursus en de kinderen zitten achter ons. Ik heb de blauwe eitjes gekookt en iedereen krijgt een half broodje met een half ei. In Nieva stappen wij uit, volgens de mensen is hier in de Hostal internet en we willen dolgraag mailen en iets lezen uit Holland. Nieva is de provinciestad. Hier kunnen we misschien weer ons hart ophalen aan allerlei dingen die we thuis gewoon zijn. Het kabeltje om onze camera op te laden hebben we vergeten. Dus hier vragen naar een winkel waar ze deze spullen verkopen. En wat denk je? Staat daar een man stralend naar ons te kijken, die we een week geleden één keer ontmoetten in de stromende regen. Hij nam ons gelijk meer een oudere man die ziels- gelukkig was dat hij onze begeleider zag. Hij hielp ons helemaal gratis Helaas…nergens internet en bellen kan ook niet. De kamer is bloedheet en we hebben spijt dat we niet met Alejandro zijn mee gegaan. Notabene…. lopen we bij de plaza en uit het gemeentehuis komt iemand naar ons toe, hij zegt tegen Jan: ”U was in Yutupis bijna overleden, no”? Zitten we 3 uur varen van Yutupis en weet deze jonge man dit…Een andere jonge man komt stralend op ons af…. Hermano Jan, kent u me nog? Ik was in Bagua op de cursus. Ja, je zat links bij de eerste tafel, no? Siii.
Heel veel groeten van 
Jan en Nellie van Dooijeweert

 

DE EERDERE BRIEVEN UIT DEZE PERIODE 

 

Lieve Allemaal.

Veilig kwamen we in Pucallpa aan, heerlijk! Maar heet!!! Alejandro belde nog even, geweldig om hem te horen en hij vertelde dat alles klaar staat. Hij is daar, heeft alles gecoördineerd en doet dat perfect. Amper in onze kamer, reden we met de mototaxi naar Pucallpa stad, om geld op te nemen voor de reis morgen vroeg met SAM, het zendingsvliegtuigje. Nergens is een bank in dat gebied waar we heen gaan. Bij de bank ging het gelijk mis….het nr. klopte niet op het paspoort, zeiden ze. Zij hadden een nr. wat niet van ons is en er was niet aan te tornen…we kregen geen cent. Je staat al die tijd, en maar wachten en redeneren. Nee, señor Nicolaas, zeiden al die dames…het nr. klopt niet….en maar bellen, bellen en dat hele paspoort door zoeken van voren naar achteren en van achteren naar voren. Een half uur wachten, dan weten ze meer…We gaan buiten op een bankje zitten en samen bidden. Als alles vast loopt, is God die er boven staat. Hij heeft de zee droog gemaakt, een onmogelijkheid… maar het volk van Israël liep er droog doorheen. God gaf het volk van Israël water uit de rots …Zou Hij ons dan niet kunnen helpen? Want dat dit een list van satan is dat ervaarden we. Weer terug naar de bank, Nee señor Nicolaas, er is een error en je kunt geen geld krijgen. We kennen de directeur en daar vroeg Jan om…No, el director es in Lima. Jan zei, help me alstublieft. Zo en zo staat het er voor, het is jullie fout, help me om morgen vroeg weg te kunnen. Ja, de dames luisteren en knikken, het is allemaal te begrijpen…maar je kunt een error niet zomaar uit het systeem weg poetsen. Ook dat begrijpen wij…Eind okt. nov. heb ik ook geld hier gehaald en was er niets aan de hand…Onderwijl liepen er steeds 2 mannen om ons heen…als we zo liepen, liepen zij ook zo. Stonden we stil, zij stonden ook stil. etc. Uiteindelijk zouden ze hun best doen , dan moesten we om 5 uur om het antwoord komen…En mijn geld , krijg ik dat dan? Señor Nicolaas, dan krijgt u respuesta….(antwoord) Inmiddels waren we zo al twee en een half uur bezig geweest. We gaan maar even heen en weer naar het hotel, zei Jan. En de Heere gaf een raad, vraag Ramon, de man hier die de leiding van het Hotel heeft. Aan de receptie gevraagd of hij er was…No señor, hij is eten. Hier in het restaurant? vraag ik. Si, maar hij eet met vrienden…Dus is het niet geoorloofd hem lastig te vallen. Maar daar zie ik hem bij de oficina...en Jan er heen. Ramon zou je me raad kunnen geven, zus en zo. Kom mee naar kantoor, zegt hij en ik ga bidden op onze kamer. Dan komt Jan en zegt, Eliseo gaat met me mee naar de bank. Zijn gezicht staat blij. Ik ben dus alleen in de kamer en wacht en verwacht.

 EERDERE BRIEVEN UIT DEZE PERIODE


Een blijde Jan komt ruim een uur later binnen, een dikke buik van het geld in zijn hemd. De Heere is groot en zeer te prijzen. Toen hij de bank binnen stapte werd er al geroepen, Señor, señor… het is goed, hier is uw geld. Na vier en een half uur eindelijk ons geld. Paulus schreef dat de listen van satan hem niet onbekend waren en Luther had ook veel met hem te stellen. Ik denk dat satan niet zo blij is dat we naar die verre stam gaan.

Dinsdag een stralende dag. Wat een zegen!
Drie uur vliegen we over la Selva. Een heel andere route dan bv naar Mazamari. Schitterende vlucht. Juan de piloot verteld dat hij veel zegen ervaart met zijn werk als piloot, mooi om dat te horen. Ook verteld hij ons welke dorpen onder ons liggen en zoveel herinneringen komen boven. Contemana…die Lancia die een botsing op de Ucayali had en daar lagen we…midden in de nacht, 3 doden. Heel de dag liggen we stil op de rivier. Pastor Liso, die ons verwacht, heeft een droom. Hij droomt dat satan niet wil hebben dat wij komen en dat de Lancia naar de bodem van de Ucayali verdwijnt. Badend in het zweet wordt hij wakker en zegt tegen zijn vrouw de droom. Dat droomde ik ook, zegt ze. Liso gaat midden in de nacht naar de hermanos en ze gaan in gebed. Pas s avonds laat komen wij eindelijk in Contemana. We vliegen over het paradijselijk gebied waar hermano Miqueas woont en werkt. Wat hebben we veel in dat gebied gewerkt. Onder ons is alles broccoli en grote kronkelende rivieren. In de Selva zijn deze tijd veel bloeiende bomen, veel wit en roze, maar hier en daar ook fel geel. Als we de bergen van zo’n 1200 m. over zijn gaat Juan lager vliegen…Ja! Daar ligt Galilea, we kronkelen over het dorp, en uiteindelijk landen we op het vliegveld, aan het eind bij de militaire basis. Wat een stilte! Een groepje hermanos staat ons op te wachten. Wat een ontmoeting, Alejandro, Isabel, Dorcas met 3 kinderen en dan nog hun oudste kleinzoon van 12. Kinderen leven net zo veel bij de grootouders dan bij de ouders. Verder staan er enkel hermanos om ons te begroeten en de spullen komen inladen op de motocar. Het is heel bijzonder. Alejandro heeft de cursus in Yutupis, een Tribo comunidad met 4000 inwoners, Aguarunas en Huambizas. Maar in het hele dorp is niets te koop. Een 20 min. vanaf de strip ligt La Pozza, daar wonen de mestisos, Peruanos. Dat zie je gelijk, alles is vol winkeltjes en comercio.

Niet te geloven in zo’n ver gebied een groot hotel.
Als ik de 27 trappen op gelopen ben sta ik ademloos stil…Voor me ligt de Santiago als een dikke slang tussen het oerwoud gekronkeld…De vegetatie is ongelooflijk mooi. Kleine bootjes varen op de Rio, kindertjes spelen en ploeteren in het water. Zo mooi heb ik het nergens nog gezien. Vanuit ons raam zien we Yutupus liggen. Nee, hier is geen 4 sterren hotel, maar een goed bed en een eigen douche en wc. Helaas komt er bijna geen water uit de kraan….en douchen is zo hard nodig. Alejandro wil snel naar Yutupus, daar wachten de hermanos. Maar eerst drinken we Inca kola met z’n allen uit plastic bekertjes, heerlijk! Dan gaan we in een bootje en varen ruim een half uur naar Yutupis. Maar….de Rio is laag, de oever is heel hoog, zo’n 8 meter. De zon brand op ons neer….de helling is glad…Alejandro is een geweldige broeder. De manier waarop hij Jan helpt, echt ontroerend. Maar dat is nog niet alles…. Omhoog, omlaag, overal glad, ongelijk, wat een tocht , zeker 3 km lopen we, voor we bij de kerk zijn. Ik zie vuurrood en het zweet stroomt van ons af. Maar de vreugde, de diepe vreugde van de hermanos en van ons is niet te beschrijven. De vrouwen omhelzen me, oude hermanas wrijven over mijn armen, knuffelen zich tegen me aan…Dit kan ik niet weergeven. We komen thuis!! Jan gaat ze toespreken, ik spreek ze toe en dan ploeteren we in de hitte weer naar de boot. Het is echt heel zwaar!…O, er zijn veel lieve en sterke handen, de een draagt een tas, de andere handen helpen Jan en zo nodig ook mij…maar….Weer op onze kamer kunnen we niet zo onder de koude douche, het water komt uit de Rio en we moeten eerst wat afkoelen. Tegen zessen lopen we door het dorp opzoek naar water en brood. Dat is ook weer een verhaal op zich! Bergen kleren zijn te koop, maar geen fruit en wat er is aan fruit is half rot. Een bende, ongelooflijk. Overal is het donker, want om 7 uur krijgen we pas stroom tot 11 uur. De wereld is ver weg….hier is alleen stilte en vogel gefluit, hier beleef je een stukje paradijs. Het begint te regenen….heel de nacht is het selva regen…

Wat een tocht!
s Morgens komt Alejandro met 2 paraplus naar onze kamer, het is half 8. Met bakken vol valt de regen neer. Maar ik heb mijn regenponcho , die al 15 jaar trouw mee gaat en heel wat buien heeft getrotseerd. Eilaas….nog voor ik in de boot stap is mijn hele lijf nat. De poncho heeft het begeven, een ding is gelukkig, ik ben gevallen in de modder, de poncho is een en al barro, maar mijn kleren zijn schoon… Bij Yutupis is het erg moeilijk boven te komen…onvoorstelbaar. we moeten beiden geholpen worden. Wat zegt Jezus tegen Petrus? Als je oud geworden bent, dan zal een ander je leiden, nou dat ervaren we deze keer aan de lijve. De weg naar de kerk is een crime, regen, regen, modder, modder en zo schuifelen we naar de kerk. Onze schoenen zijn vol modderklonters, onze kleren klets nat, maar we beleven vreugde en o, wonder, Jan krijgt zoveel kracht, ik zit met verbazing en ontroering alles aan te horen en te zien. Terwijl de regen neerplenst hebben wij een geopende hemel en is de Heere bij ons. Jan heeft tot kwart voor 4 les gegeven, wat een dag, de hermanos zitten en luisteren, niemand verroert zich. Twee broeders + de pilote van het bootje begeleiden ons weer terug..
Soms is regen zo heftig, dat we moeten schuilen. Maar eindelijk zitten we in de boot. De regen teistert ons. Druipend komen we in het hotel, Jan kan amper boven komen. Hij gaat de schoenen schoon maken, dat moet beneden , weer 27 treden op de trap. Op een klein krukje tussen de modder en de eenden en de kuikentjes met moeder kip, is hij bezig. Daarna gaat hij douchen en ik ga de kleren wassen, ook tussen de modder en de kippen poep. Dan op zoek naar een regen poncho. Ongelooflijk, in dit natte regenwoud zijn geen poncho’s te koop. Dus kopen we een stuk plastic, knippen er een gat voor ons hoofd in en we zijn ingespannen. Nu op zoek naar laarzen voor Jan. Gelukkig is er één paar maat 42 te koop. Thuis gekomen zijn we zo geradbraakt….

s Morgens weer fris en vol moed.
De zon schijnt stralend en bij het punt waar het bootje aan legt staan 2 jonge broeders ons op te wachten. Alles is nog blubber en spekglad, maar het is een ongelooflijk heerlijke dag. Ik heb 60 vrouwen!!!!! In totaal zouden er 80 mensen komen, nu zijn het er een 130. Ja, dat geeft ook wel problemen voor Alejandro. Sommige dingen zijn er niet genoeg voor zoveel mensen. En het eten…..alles moet in La Pozza gekocht worden en er is bijna niets te koop. Het eten is dus zeer eenzijdig, al hebben wij altijd wel wat rauwe ui en een paar schijfjes tomaat bij de rijst en kip. Hulde aan de hermanas cochineras, in deze hitte boven 3 vuren van boomstammetjes koken, neem daar je petje maar voor af!! De hermanos drinken de lessen in. Mijn hermanas weten niets. Ik zit met hen in het mooie kerkje, er zijn banken te weinig, er zijn geen tafels, sommigen zitten op de grond, maar het is een vreugde zo met hen bezig te zijn. De jonge broeder die me begeleid van af de boot, heeft pijn in zijn ogen, wijst zijn huisje aan. Het huisje valt op, de planken zijn allemaal wit geverfd en er is een mooie blauwe bies op geverfd….Ik dacht, hij heeft het mooi gemaakt voor zijn vrouw toen ze trouwden, want nergens is zo’n huis te zien. Dan verteld hij dat zijn vrouw 3 jaar geleden met een ander is weg gelopen. Hij bleef achter met een kind van 8 en een van 3 ½….dan houd je even je adem in. Op een dag kwam een van de jonge meisjes bij me na het middag eten en vertelde van alles. Haar moeder is een jaar en 6 mnd. geleden weg gelopen met een andere man. Nu woont ze bij haar vader, oma en Tante. Tante is als een moeder voor haar. Ze verteld dat er soms vaders zijn, die hun dochter van 12 weggeven aan een oudere man. Zij is 15, nee, trouwen wil ze nog lang niet. Wat wil ze wel? Ja! Er is hier geen werk, ze komt niet verder dan dit dorp, soms voor kleren gaat ze naar La Pozza. Wij in Nederland hebben geen vermoeden hoe het leven hier is. Er zit een hermano indiaan bij ons, zijn lange haar hangt half op zijn rug. Ook hij heeft zijn verhaal. 20 jaar volgt hij Christus. Zijn vrouw wilde er niets van weten en is met een andere man weg gelopen. Ze hebben 5 kinderen en veel problemen. Al is het paradijselijk wonen….het paradijs is toch ver weg. Van lieverlee begrijpen de oudere hermanas een beetje hoe je iets in de Bijbel moet opzoeken. Na afloop van de cursus is onze pilote altijd op tijd om ons te halen. Hij draagt mijn rugzak, een tasje en bied een hand als het moeilijk loopt. Als we dan door de hitte een heel eind gelopen hebben, met rustpauzes en we heel hoog geklommen zijn, dan is het voor mij feest! want dan zie ik in de verte de Rio. Als we dan de moeizame tocht naar beneden zijn geklauterd, dan een grote stap in de boot en is er een half uur alleen maar zitten en genieten.

De verjaardag van Jan….78 jaar.
Het is wel heel bijzonder om hier, met het uitzicht op de jungle en de Rio Santiago jarig te zijn. Nee, geen bijzonder ontbijtje, maar een broodje met tomaat is ook heerlijk en een glas water er bij. Thee kunnen we alleen s avonds zetten. God heeft voor Jan 78 jaar gezorgd, vele stormen zijn over hem heen gegaan. Vele keren heeft de Heere wonderlijk gezorgd en gespaard. Er worden 3 zakken broodjes gebracht, voor iedere hermano een broodje omdat Jan jarig is. Als we in de gezamenlijke klas binnen stappen, wordt Jan toe gesproken door Alejandro. Daarna zingen ze hem toe en bidden voor hem. Deze eer zal weinig mensen te beurt vallen. Ontroerend!! Om door de Heere hier gebruikt te worden, dat krijg je toch niet klein…mogen wij dat?? Genade op genade krijgen we hier. Iedereen krijgt een broodje, wat een bijzonderheid is, want brood is er niet in Yutupis. Natuurlijk komen de kindertjes er ook aan en delen mee in de vreugde. Een stokoude broeder met een lange herdersstok en kromme benen is ook aan gestrompeld. Hoe oud is deze broeder vragen we aan hermanos, een zegt , Hermano, ik denk boven de 100 jaar. Zo ziet hij er uit, maar ik denk dat hij Jan zijn leeftijd heeft of wat ouder. Een gedeelte van de dag zit hij achterin te luisteren. Dat broodje is wel zo’n luxe, deze man is zo arm. Al met al is het een heerlijke dag. Deze stam is heel integer, ze zijn zo lief en hartelijk. We zitten met een mix, Awajun mensen en Huambiza. Er is geen enkele afstand en ook de kleine kindertjes zijn niet bang. En weer verbaas ik me hoe zachtmoedig en lief die kindertjes zijn. Nooit een hard woord of geschreeuw. Ze spelen…ja met niks, een blad met een stokje er in, daar rennen ze mee en is hun helikopter. Dagen spelen ze zo en ze zorgen voor een broertje of zusje. Ze zijn zeer respectvol voor ouderen en helpen waar dat nodig is, ook al ben je nog maar 6 bent!!!

Zondag, el dia del Señor.
We genieten van het half uurtje varen. De hemel is strak en diep blauw, De zon brand op ons en ik gebruik mijn paraplu. Twee en een half uur is er eschuela dominicaal. Het thema is: Bekering ( weder geboorte) en bekering (dagelijkse bekering). De gezichten zijn opgeheven en ze luisteren met aandacht. Deze les wordt door Alejandro vertaald. Na afloop zijn er vragen, dat is altijd mooi. Een hermana vraagt , als je bekeert bent en je valt in zonden, moet je dan weer opnieuw bekeert worden. Goeie vraag, want daar leren ze allemaal van. Het gebouwtje waar we met 131 mensen zitten is zo heet, Jan heeft elke dag een schone overhemd aan, netjes gestreken. Maar heel de dag is dat overhemd kletsnat. Elke dag moeten alle kleren gewassen worden. Ja, regenwoud….machtig, majestueus, indrukwekkend….maar heettt! Ik heb dikke benen, in de nacht raak ik het vocht niet kwijt. Het is met elkaar een heerlijke dag, maar ook aangrijpend. Een broeder vraagt of Jan voor zijn twee ongelukkige kinderen wil bidden. Tussen de middag komen de kinderen, de vader roept ze naar voren…en de tranen schoten in onze ogen. Het jongetje is 4, twee beentjes die niet goed zijn, maar in Nederland zouden ze geopereerd kunnen worden. Maar het meisje…16 jaar oud en haar lichaampje is een grote S. Het onderste gedeelte staat naast haar rug. Haar benen zijn zo vergroeid, ze kruisen over elkaar, het ene been is ook nog 20 cm langer en veel dikker. Ze loopt, hoe? Ik kan het niet weergeven, ze heeft ook veel pijn met lopen. Ze is heel klein, ietsje groter dan haar broertje. Dit kind grijpt ons diep aan. Nergens is hulp, de vader heeft de Alcalde om een eenvoudige rolstoel gevraagd, maar daar bemoeit hij zich niet mee. s Middags is er culto, de tekst is : Zie IK sta aan de deur en Ik klop, indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur open doen, Ik zal tot hem komen en Ik zal met hem avondmaal houden en hij met Mij. De meeste vrouwen kunnen de preek niet echt volgen. Hun leven is zo anders dan wat wij gewend zijn. Ontroerend was dat na de preek een jongen achterin zei, dat hij Jezus wilde volgen. Jan nodigde hem naar voren, een jong meisje volgde ook. Het doet je wat als zulke jonge mensen hun leven aan de Heere willen geven. Als we later weer in ons bootje zitten en mijmerend over het water staren, zijn onze gedachten vol, het Woord is gezaaid, de hermanos hebben het Woord gehoord, alles wacht op Gods zegen. Maar de Heere beloofde, lang geleden dat zij in hun land het dubbele zullen ontvangen en ze eeuwige vreugde zullen hebben.

Een kikker in de wasbak en een ontroerend gesprek.
Als we thuis zijn zie ik een kikker in de kleine wasbak zitten. Hij is bang als hij me ziet, Jan pakt een bord en een plastic bekertje en wil hem naar buiten brengen. Maar ineens geeft hij een enorme sprong en kikker en beker zijn niet meer te zien. Zoeken, kijken, hij zal toch niet in mijn open koffer gesprongen zijn….alles er uit, geen kikker. Maar als we naar bed gaan zit hij weer in de wasbak. We hebben nu dus een huisdier en dat is gezellig. Als Alejandro niet vertaald, hebben we een andere broeder die dat doet. In de pauze komt hij naar ons toe. Ik ben Awajun, zegt hij. Mijn ouders verdronken in de Rio Santiago toe ik 3 jaar was. Een Spaans echtpaar nam me in huis en zorgde voor me. Toen ik 17 was zeiden ze, het is nu tijd om voor je zelf te zorgen. Maar wat moest ik? Ik had geen opleiding….was nog zo jong om op eigen benen te staan. Ik dacht en dacht…en ging naar de Marine. Na verloop van enkele jaren werd ik ziek, moest naar het ziekenhuis, echografie en zo en werd daarna uit de marine ontslagen. Ik wilde terug naar Yutupis, daar kwam ik vandaan, ik was een Tribo. Maar niemand kende me meer, en ik sprak hun taal niet, niet één woord. Leed honger en dorst...probeerde me nuttig te maken. Van lieverlee leerde ik Awajun te spreken, leerde ook Jezus kennen en nu leef ik hier gelukkig en ben blij om weer een Awajun te zijn. Gods genade maakt mensen nieuw, maar ook vol vrede. Terwijl hij vertelde was hij ontroerd. Hij is nu dominee in deze kerk hier. Hier op de cursus is de helft Awajun en de andere helft Huambiza. Vroeger hadden ze oorlog met elkaar, maar waar het Woord van de Jezus komt, veranderen mensen, ze worden nieuwe mensen en er komt vrede en liefde. In het dorp dat heel uit gestrekt is, zijn er 3 kerken, heerlijk dat te horen