HET EINDE VAN EEN LEUKE AUTORIT

Het was in Duitsland, Strauch, een prachtig dorpje. We reden we in de stralende zon richting Monschau. Vakantie, heerlijk! Opeens: Kijk! Een Nederlandse auto. Onze kinderen zwaaiden naar het Hollandse kind voor ons en die zwaaide natuurlijk vrolijk terug.

We genoten allemaal van de mooie rit.

Maar we hebben op deze rit ook weer ervaren, dat er “maar één schrede is tussen ons en de dood”. Hoe weinig staan we daar bij stil.

Alsof we elkaar al jaren kenden, zo eensgezind reden we samen door de prachtige omgeving. Vol goede moed naar dat mooie stadje en daar zullen we elkaar wel even spreken misschien.

Maar het ging heel anders… Na een paar bochten, waren we ineens de auto kwijt…. om hem rokend en totaal kapot naast de weg te zien staan. Met de achterkant in een lager gelegen weiland.

Wat een schrik… een snelle sportauto was met razende vaart recht op onze voorganger gereden. De chauffeur was op de vroege morgen al dronken.

We zagen het direct de Nederlandse bestuurder was overleden. Zijn nek gebroken. Vrouw en kind waren buiten kennis.

In een ogenblik tijd was er allerlei hulp aanwezig. Polities, ziekenauto’s, brandweer, traumahelikopter. Jan stond met een zak bloed in het weiland bij de vrouw, die was uit de auto geslingerd en daar terecht gekomen, niet iedereen had toen al gordels om. Een vreselijke aanblik. Die vrouw daar in het weiland, de man dood in de auto…

Ik bleef met onze kinderen in de auto, het was zo aangrijpend allemaal. Na verloop van tijd waren de man, de vrouw en ook een kind afgevoerd naar Simmerath, waar een ziekenhuis was.

We hadden geen behoefte meer om naar Monschau te gaan en gingen terug naar ons vakantiehuis. Na een half uurtje kwam de politie aan Jan vragen of hij naar het ziekenhuis wilde gaan om de vrouw op te vangen als ze bij zou komen. Haar te vertellen, dat haar man was overleden. Jan is vanzelfsprekend gegaan. Toen de vrouw na uren bij kwam, heeft hij haar verteld wat er gebeurt was.

De volgende dag kwamen zijn moeder en broer naar Simmerath om hun zoon en broer te zien. Jan heeft deze mensen opgevangen. En samen hebben ze afscheid van Marius genomen en zijn vrouw opgezocht. Toen hoorden we ook dat er nog een kind was, dat niet in het ziekenhuis lag.

Na talrijke telefoongesprekken bleek dat de brandweer dit meisje tussen de voor en achter bank hadden gevonden, toen ze de auto bij de politie afleverden.

Jan heeft moeder en broer de plek laten zien, waar het ongeluk had plaats gevonden en hen mee genomen naar ons vakantie huis. Daar hebben we samen gehuild, koffie gedronken en gegeten. Dit jaar was de man van die moeder overleden en ook een zoon en nu de tweede zoon….

Wie kan dan troost bieden? Wat moet je in deze grote nood zeggen?

Wat zijn mensen woorden in zo’n situatie? We hebben met hen in de Bijbel gelezen en gebeden….

Dan ervaar je dat er werkelijk troost en kracht is in Gods Woord, daar waren moeder en zoon stil van. Een tragische bijkomstigheid bij dit ongeluk was het volgende: Deze familie was voor de eerste keer in het buitenland. Vader Marius had alles in orde gemaakt. Alle verzekeringspapieren… Maar in werkelijkheid had hij slechts een reis en krediet brief… En dat is geen verzekering… Dat bleek maar al te snel. Maar de ANWB heeft deze mensen heel liefdevol en zorgvuldig behandeld.

Voor Jan veranderde de vakantie in een pastorale tijd in het buitenland. Elke dag is hij bij de vrouw en het kind op bezoek geweest. Stapje voor stapje groeide in ons ook het verlangen om naar die begrafenis te gaan en misschien iets zeggen vanuit de Bijbel.

Zo’n geweldig mooie gelegenheid om de mensen te wijzen op de werkelijkheid dat onze papieren in orde moeten zijn en dat we altijd bereid moeten zijn om de Heere God te ontmoeten. Plotseling kan de dood daar zijn. Op zulke momenten zijn mensen aanspreekbaar.

Nauwelijks waren we de vrijdagavond weer thuis of de telefoon ging.

Het was de Pastoor van de parochiekerk van Liessel. Een groot Peeldorp.

Nooit zullen we die avond vergeten. Hij vertelde wie hij was en dat hij vond dat het Gods voorzienigheid was die het zo geleidt had dat wij daar waren toen zijn parochianen verongelukten. Ook wij hadden Gods leiding daarin opgemerkt.

Hij zei dat hij dacht dat het ook onder Gods voorzienigheid was, dat Jan in de kerk de begrafenis zou doen.

Jan viel van verwondering stil… wat een wonder, wat een gebedsverhoring. Niet zomaar een paar woorden zeggen, maar de hele preek doen. Omdat hij stil viel, zei de pastoor; “Nee, je hoeft niet voor niets te komen, ik zorg dat de kerk vol zit… Hij zei ook nog: “Laten we eerlijk zijn, een dominee kan nu eenmaal beter preken dan een pastoor in deze omstandigheden.”

Maar voor het zover was hadden we nog een heel trieste ervaring. Jan belde de voorzitter van ons Evangelisatiewerk op met de vraag hoe hij hier tegenover stond. Het antwoord was verpletterend. Enkele jaren hadden we nog maar gewerkt in die grote stad Tilburg. We hadden kennis gemaakt met het Katholiek geloof in die stad. Ondervonden hoe moeilijk het was om met het Evangelie ingang te vinden bij de mensen. En nu was er deze prachtige gelegenheid. Door de Heere geleidt.

En de voorzitter zei: “Ik zou het maar niet doen hoor, als je je brand aan al die Roomse dingen”……

Jan heeft heel voorzichtig de telefoon neergelegd en hij tegen mij: “Ik vraag nooit meer iets, want de mensen begrijpen het niet”.

Dinsdagmorgen reden we naar Liessel, we zouden eerst kennis maken met meneer pastoor en de maaltijd bij hem gebruiken. In de prachtige sfeervolle pastorie, vol mooie antieke meubelen, diende de vrouw, die het huishouden van de pastoor runde, de maaltijd op. Het was een aangenaam samenzijn, al was het dan wel met een verdrietige achtergrond.

 En toen die middag! Onvergetelijk, die stampvolle kerk, het hele dorp was uit gelopen. Ook buiten stonden er veel mensen. Jan heeft de mensen het Woord van God gebracht. Ademloze stilte…dit kenden ze niet, zo hadden ze nooit horen preken. Marcus 1: 15. Het koninkrijk van God is nabij gekomen, bekeert u en gelooft het evangelie.

Marius en zijn gezin werden door Jan gememoreerd. Marius… die dacht verzekerd te zijn op hun reis naar Duitsland. Marius… die met een gerust hart op pad ging…. Maar het bleek niet waar te zijn. De ANWB was heel mild en coulant, maar de papieren waren niet in orde.

Zo kunnen we niet leven tegenover de Heere God. We moeten zekerheid hebben. Onze papieren moeten in orde zijn. Misschien denken wij, dat onze verhouding met God goed is. Maar dat is niet genoeg.

Het is brandend nodig om onze zaken bij God in orde te hebben. Hoe dan? Wel, luister, Jezus zegt, bekeert u en gelooft het evangelie. Je kunt nu een onderdaan van dat koninkrijk worden, het is zo dichtbij gekomen, ga tot Christus, Hij kwam om te redden en zalig te maken wat verloren is.

Na de preek en de hele ceremonie in de kerk, gingen we lopend naar het kerkhof…een eindeloze rij mensen, die stil achter de baar liepen. Met elkaar hebben we daar op de stille dodenakker het lichaam van Marius bij zij vader en broer begraven.

Een jaar later ging het bandje met de preek nog van huis tot huis in Liessel. Wat het met mensen gedaan heeft, weten we niet, God weet het.

Onze opdracht is om licht te zijn, zout en Gods Woord door te geven, waar kan.

 Volgend verhaal