Hoe kom ik aan zo'n jasje

Hoe kom ik aan zo’n jasje?
Bert had veel vragen over God, zijn vader was vermoord.... opgegroeid in een klooster... een gekneusd mens.
We leerden hem kennen via een tegelzetter die bij ons gewerkt had. Het was voor ons een gewoonte om mensen uit de stad aan te trekken als we hulp nodig hadden. Die leerden ons op die manier kennen en hoorden van ons waarom we in Tilburg waren. Maar via hen leerden ook anderen ons kennen.
Op een avond ging Jan de tegelzetter betalen, deed hij altijd op die manier, niet via de bank. Zo kwam je bij de mensen ook aan huis.
Toen stapte Bert binnen, een joviale man, de tegelzetter zei, “Bert hier is ene man die alles over God weet...” En Bert had zoveel vragen....onvoorstelbaar veel.
Jan vertelde en vertelde...dat een mens gereinigd, schoon voor God kan staan... Je jasje moet open kunnen. En Jan ging voor hem staan… breed uit… Hij pakte met beide handen zijn colbertje en hield het wijd open. Zo stond hij tegenover Bert. “Schoon voor God staan, dat is je jasje wijd open doen voor God, en zeggen,” Heere God, kijk maar...mijn jasje is schoon, er zit geen vuil aan, geen zonde!”
Diep bewogen kwam de reactie: “Hoe kom ik aan zo’n jasje?”
O wat heerlijk, de deur ging open. Hoe kom ik aan zo’n jasje? Het antwoord was niet zo moeilijk:
“Door het geloof in Jezus Christus, Gods Zoon, Zijn bloed reinigt van alle zonden!”
We woonden nog maar net in Tilburg, het was een diep ingrijpend moment voor Bert, maar ook in Jan zijn leven. Hij ervoer ter plekke dat God antwoorden geeft, voorbeelden aandraagt, hulp geeft in het werk… zoals je zelf nooit zou kunnen bedenken. Ook nu nog, na zoveel jaren in Gods Koninkrijk gewerkt te hebben, zijn we iedere keer weer verwonderd en verrast over deze werkelijkheid..
De interesse was gewekt, Bert vroeg of Jan hem en zijn vrouw thuis wilde bezoeken. Dat was een open ingang in een heel gezinnetje. Wat een vreugde, wat een verwondering. Enkele weken later kwam het hele gezin op een zondagmorgen naar de samenkomst. En ze bleven komen. Heel trouw en heel betrokken. Het Woord van God kreeg invloed op het gezin en op hun persoonlijk leven. Er volgde een heel ingrijpende verandering in het huis in die volksbuurt van Tilburg.
Hun huwelijk was heel slecht, ze wilden eigenlijk maar liever gaan scheiden...hij had geen werk!
Het was één grote puinhoop.
Maar waar Gods Woord invloed krijgt verandert alles. Dat was ook hier het geval. God is machtig, hij veranderde beiden, zowel de man als de vrouw. Ze kregen weer meer belangstelling voor elkaar, de ruzies stopten.
Hij las tot diep in de nacht in zijn Bijbel...Het boek Genesis las hij in een adem uit. Nooit kreeg hij genoeg van de verhalen over Jezus. De Psalmen spraken tot zijn hart.
Ze kwamen samen naar de Bijbelstudie, er waren veel gesprekken bij hen aan huis. Hun huwelijk kwam weer op de rit. De buren merkten de verandering en waren verbaasd. Ze zeiden: ”Wat is er met jullie gebeurd? Jullie hebben geen ruzie meer.” Breeduit vertelde hij dan over de keus in zijn leven. Bert kreeg werk, ging met negotie op markten staan. Het liep als een trein.
“Bert”, zeiden de mensen, “ge zijt veranderd ! Wat hedde gij gedaan?” “Ik heb niks gedaan, maar… Hij!!!”, en dan wees hij naar boven en zei, “Hij heeft het gedaan, God heeft ons huwelijk veranderd en me werk gegeven.”
Trouw en meelevend waren ze. Ze waren bij de eerste 6 mensen die belijdenis deden. Het was een vreugde om hen te zien opleven. We hielden van hen. Ze hadden 2 kleine meisjes.
Soms kwamen ze op zondagmorgen al om 9 uur bij ons thuis, ze wisten dat wij dan samen een kopje koffie dronken voor we naar de kerk gingen. Ze wilden horen en leren, er was honger.
Jan las op zondagavond altijd een zendingsverhaal aan de kinderen voor, heerlijk. Dat ontdekte hij en heel vaak kwam hij dan luisteren. Hij ervoer de werkelijkheid van Gods woord, de werkelijkheid van God.
Hij sprak graag met mensen uit het land, vooral mensen die een levende relatie met God hadden... Heel gretig luisterde hij als bezoekers uit het land bij ons kwamen en spraken over de dienst van de Heere.
En zo verliepen de jaren... Bert was verlicht door Gods Woord, had “hemelse gaven” geproefd. Hij had ervaren dat de Heilige Geest er werkelijk is, dat God een levende God is, hij had ervaren dat het Woord waar is en ook krachtig. Dat was de vreugde van zijn bestaan geworden. Ook van haar. Zij werden nog verblijd door de geboorte van een zoontje en hun leven kreeg een normaal patroon.
Maar... na twaalf en een half jaar gebeurde het…
Op een zondagmorgen kwam hij bij ons, alleen.
We zagen al een poosje dat er veranderingen waren... Af en toe was hij niet op de Bijbelcursus, zijn interesse voor de Bijbel werd minder.
Zijn vrouw en kinderen bleven trouw komen...
Totdat hij ze dwong om ook niet meer te gaan.
Op deze bewuste zondagmorgen was het daardoor geen donderslag bij heldere hemel, we waren een beetje voorbereid…
Maar toch… toen hij daar bij de voordeur stond. Opstandig, een beetje verbeten… en toen hij het naar ons toegooide: “Ik wil niet meer in de Bijbel lezen, ik wil niet meer naar de kerk. Ik wil weer in de wereld leven, naar het café gaan, naar de kermis...ik wil weer leven”.
Toen stortte als het ware het dak naar beneden. Dit hadden we nooit verwacht!
Het is, na alles wat hij had ervaren en gesmaakt… keihard: “Ik wil niet meer”. Wat een vreselijke keuze en wat een pijn voor ons hart. Weg, het hele gezinnetje.
Natuurlijk ga je liefdevol en rustig praten. Natuurlijk probeer je te overtuigen van de verkeerde stap, van de verkeerde keuze. Maar dan ervaar je dat je als mens geen mensen kunt bekeren van hun dwaalweg. De Bijbel zegt dat het onmogelijk is om mensen, die hemelse gaven gesmaakt hebben en terug keren naar hun vorige leven… weer tot bekering te brengen.
We hebben gesprekken gevoerd… maar dat kaatste af… We begrepen de pijn van de Apostel Paulus zo goed, zijn diepe pijn, als hij schrijft: “Demas heeft mij verlaten, hij heeft de tegenwoordige wereld lief gekregen en is naar Thessaloníki gereisd.” Demas was mee gegaan op Paulus reizen, hij was een van Paulus medewerkers. Wat mankeerde er aan zijn leven?
Hij was nooit echt tot bekering gekomen, er had geen zielsverandering plaats gevonden.
Hij was uiterlijk een "gelovig" mens, maar innerlijk niet.
Het jasje waar Bert in de begintijd zo hevig naar op zoek was, heeft hij nooit aangetrokken. We zijn hen uit het oog verloren. Maar de pijn gaat mee het leven door. Straks zullen we elkaar ontmoeten voor de troon van Jezus. Zal hij dan toch terug gekomen zijn…?

 

Volgend verhaal

                                                   ((((((( - - - - - )))))))