Problemen van de grote stad.

 

In "DE BIJBELWINKEL"

We zagen het hoofdprobleem van Tilburg al heel snel: nergens een Bijbel te koop. Hoe moeten mensen dan God leren kennen. Het was als in een heidenland. Voor ons was dit een duidelijke eerste punt om in te voorzien.

Daarom besloten we om van de garage een Bijbelwinkel te maken. Klein, maar wel gezellig… zo zagen we het voor ons, En zo is het ook geworden. Een herkenningspunt dat niet afgeschermd werd door kerkelijke begrenzingen. Iedereen moest zich er thuis voelen… Maar hoe ga je dat verwezenlijken in een tijd dat er nog niet veel geld beschikbaar was voor evangelisatie?
Jongeren uit de Gereformeerde Gemeente in Beekbergen zetten de wagen in beweging. Zij voerden spontaan een actie voor ons, om dit plan te verwezenlijken. En het resultaat was geweldig: we konden een kleine verbouwing realiseren. De garagedeuren verwisselen voor een etalage en een winkeldeur met een echte bel. Maar dat was nog niet alles…
In die tijd hadden we ook vaak soldaten in huis. Ons huis stond immers voor iedereen open, dus ook voor jongens die in Tilburg in militaire dienst moesten en in het weekend niet naar huis konden. Een soldaat uit Genemuiden liet vanuit die plaats vloerbedekking brengen.
Een stukadoor uit de stad, Marius, stuukte de muren, maakte de vloer en wij hielpen dapper mee. Janeke van Geloven maakte de voor pui met etalage en deur. Marius en Janeke waren rasechte Tilburgers. Maar ze waren ook diepe nadenkers over de dingen van het leven.
Toen alles klaar was, de boekenplanken aan de muur, de etalage…. toen alles was ingericht en alles naar verf en boeken rook, kwam er…. niemand de winkel binnen…
De sociale controle was nog zo sterk in die tijd, 1973 schrijven we…. De mensen durfden niet binnen te komen, al zouden ze nog zo graag willen… want als andere mensen zouden zien dat ze bij die protestantse Bijbel winkel naar binnen gingen… nee, dat ging te ver. Bij die “protestantse bokken ”zeiden ze toen nog in Tilburg.
In de Bijbel lezen was ook eigenlijk voor de gewone mensen nog verboden. Om de hoek, aan de Ringbaan woonde een kleine man met een bochel, hij was een “duivenmelker”. We groeten hem als hij voorbij fietste en we hoorden hem soms ongelooflijk te keer gaan en vloeken. Hij is nu al jaren overleden. Laat nu die man op een morgen binnen stappen en wat Paaskaarten kopen. Hij maakte de weg open voor anderen. Dit hadden we nooit kunnen denken, maar Gods wegen zijn heerlijk en ondoorgrondelijk.

Een ander bijzonder moment was het, toen er een Duits sprekende man belde en om een gesprek vroeg. Elke morgen fietste hij om 6 uur naar zijn werk. Op een morgen zag hij dat de etalage was ingericht. Er hing o.a. een prachtige poster met een ondergaande zon en een tekst er bij: “De werken van de Heere zijn groot”.
Hij sprong van de fiets en zag enkel die tekst, barste in tranen uit en belde ons na enkele dagen. Elke morgen stond hij daar voor het raam, met een diep heimwee in zijn hart, een weemoed, een verlangen naar God. Hij had veel meegemaakt in zijn leven, ongewenst door zijn ouders, was zijn leven van kwaad tot erger gegaan… In een klooster terecht gekomen, waar ze heel liefdeloos met hem omgingen. Wat heeft hij een slaag gekregen en wat zijn de kinderen daar uitgebuit. Uiteindelijk is hij jaren later door evangelisatie in de gevangenis tot bekering gekomen. Ze vertelden hem van Jezus, gaven een Bijbel… maar de dunne blaadjes gebruikte hij als sigaretten vloeitjes. Dat stond God niet in de weg. Hij kent ons hart en leven, ook het zijne. Op een dag draaide hij weer een sigaret en wat las hij op het kleine stukje papier? Een paar woorden uit Psalm 56: “De ganse dag verdraaien ze Mijn woorden… Met verbazing las hij die woorden… dat was wat hij deed, Gods woorden om de shag draaien… oproken, Gods woorden… Hij schreeuwde het uit; O God, vergeef me… Hij zocht de stukjes papier op die hij uit de Bijbel had gescheurd, de flintertjes die overal lagen, omdat hij de Bijbel uit woede en haat tegen God, tegen de muren had gegooid.
Van een bitter, boosaardig en wantrouwend mens, veranderde hij in een mens die God zocht. Zijn omgeving zag zijn verandering… de leeuw was niet meer dat versleurende dier, hij was getemd. Nu woonde hij in onze stad en had hier werk. Mooi hé, de Heere weet waar we wonen!
Hij kwam al gauw naar onze samenkomsten en Bijbelstudie. Veel hebben we met elkaar meegemaakt. Onvergetelijke dingen. Ontroerende dingen, heftige dingen. Een mens met deze achtergrond, die nooit liefde had gekend, die kan zich moeilijk inpassen en regels en gewoonten die andere mensen hebben. Hij kan de liefde niet aan, die mensen hem geven. Dat was een leerproces, voor hem, maar niet minder ook voor ons.
Op een zondagavond, midden in de zomer, preekte mijn man over Deuteronomium 15:16 en 17. Het ging in die preek over “Jezus volgen”, voor altijd. De slaven in dit hoofdstuk mochten vrij weg gaan bij hun heer, zelfs kregen ze van alles mee, maar er waren slaven bij die het zo goed hadden bij hun meester dat ze graag bij hem wilden blijven Ze hielden van hun meester en van zijn gezin. Als ze niet weg wilden, staat er in de Bijbel, dan moest die heer een priem nemen en door het oor van die slaaf steken in de deurpost. Dit was symbolisch: Hij was voor altijd van zijn heer. Vrijwillig! Onze Duitse vriend werd innerlijk woedend…dat was ook duidelijk aan hem te zien. Hij wist wat gevangenschap inhield…en wist wat het betekende nu vrij te zijn. Hij wilde dit niet horen! Jan zei na afloop van de dienst, “Ga jij met de kinderen naar huis, ik kom lopend met hem naar je toe”. Het was een hele pittige discussie onderweg en eenmaal bij de stadsherberg aan gekomen, tegenover het station, was hij zo boos, stopte, stampte op de straat en zei: ”Dit stukje grond onder mijn voeten geef ik nooit af, NOOIT! NOOIT! Ik zal nooit vrijwillig een slaaf worden”

Werk van mijn vrouw...

Toch kwamen ze later wel broederlijk binnen, en hebben we samen heel gezellig koffie gedronken.
… “Papa, mama, mogen we morgen onze schoen zetten?” Het was Sinterklaas. “Ja hoor” “Mag die Duitse meneer dan ook zijn schoen bij ons zetten?”
Dat mocht natuurlijk! En daar stond ook zijn slof, naast de schoentjes van onze kinderen. We hadden met er met zakdoeken en nog wat kleinigheden een mooie zeilboot van gemaakt. Stralend keken de kinderen de volgende avond naar zijn reactie… Zou hij heel blij zijn?
Maar wij zagen zijn innerlijke reactie… aan zijn ogen… aan het trekken van zijn mond… dit kon hij geestelijk niet aan…zoveel liefde, een kadootje voor hem…voor hem…Nooit nog had hij een kadootje gekregen, en nu dit… Later vertelde hij het aan ons: “Het liefst had ik alles in elkaar getrapt… en willen tieren en vloeken:…” De kinderen lagen toen al op bed. Om de kinderen en hun blijde gezichtjes had hij zich kunnen vermannen.
Opnieuw leerden we een les, die ons in ons verdere leven goed van pas gekomen is.

De "goeie ouwe tijd" in de stad Tilburg

Contacten door de Bijbelwinkel, wat zijn er een mensen binnen geweest en wat hebben we een Bijbels verkocht. Wat hebben we een gesprekken gevoerd en een vreugde beleefd. Maar wat hebben we er ook een nood gehoord, als mensen om hulp kwamen.
Hadden we eerst de Bijbelstudie in de kamer, nu gebeurde dit in de Bijbelwinkel, ook de catechisatie met kinderen. Op onze website kunt u onder het kopje “Nieuwe Vonkjes” verschillende ervaringen die we in de winkel opdeden meebeleven. Die heerlijke tijd in de Enschotsestraat in dat grote huis met twee trappen naar boven. Dat grote huis met het kleine winkeltje ernaast, dat kleine, onooglijke, Bijbelwinkeltje was voor ons een “vreugde-tijd”. Wat een zegen hebben we daar ervaren. Wat een contacten zijn daar gelegd! Met mensen uit de stad, met zwervers van de straat, met mensen uit “den lande”, met jongens en meisjes die ons kwamen helpen. Uren hebben we er staan stencilen… de meeste jongeren kennen dit niet meer. Maar bij ons zitten de herinneringen in ons bloed.

We hadden er ook nog eens een heel vreemde ervaring, Marius, de stukadoor, kwam tegen de tijd dat we naar bed wilden, heel vaak bij ons binnen vallen. Eindeloze bomen werden opgezet. Maar ja, bij ons was het altijd heel vroeg dag en op een gegeven moment zei Jan dan, “Marius, het is bedtijd, ik ga een Bijbelhoofdstuk lezen”, waarna we baden en hij naar zijn huis ging.
We snapten het niet… waarom kwam hij altijd zo laat, wat was de reden daarvan? Tot we het begrepen, hij kwam om de dagsluiting en het lezen uit Gods Woord te horen. En om bij het gebed te zijn. Zo mooi, zo bijzonder ook. Enkele jaren gingen zo voorbij.
In die tijd kreeg zijn schoonvader kanker, hij was een Groninger maar bewust atheïst. Was er trots op dat hij communist was. De ziekte ging snel door en op een gegeven moment werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Marius vroeg of Jan hem wilde bezoeken. Dat deed hij, maar het bezoek liep moeizaam, hij wilde niets van God weten.
Op een zondagmiddag belde Marius op, het ging naar het einde met zijn schoonvader. Jan er heen, de man wilde niet dood, hij ging met de brommer deze zomer naar Groningen, zo was het en niet anders. Toen Jan een gebed deed en zei, “Heere U gaat over ons leven en onze dood”, schreeuwde hij er dwars doorheen: ”Ik gaai nie dood”…. Maar enkele uren later had hij het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Zijn lichaam werd aan de wetenschap overgedragen. Mijn man heeft hem begraven vanuit de R.K. Vredeskerk, waar pastoor François de scepter zwaaide. Af en toe stond hij stilletjes mee te luisteren naar de preek.
Voor onze vriend Marius kwam het einde heel onverwachts. Op een dag ging hij met zijn werkbusje naar een klus in Riel. Zijn zoon reed, maar het was die morgen een beetje gaan vriezen en plotseling maakte het busje een schuiver op de weg, een scharnier van de deur kwam tegen een rugwervel van Marius, die brak en zo kwam hij die dag, in plaats van op zijn werk in het ziekenhuis. We werden gelijk gebeld en Jan ging er heen. Hij vond hem, liggend op een soort ketting bed, op zijn buik. Heel zijn onderlichaam verlamd. Jan ging onder hem op de vloer liggen en ze spraken samen, Jan las een Bijbelgedeelte en bad met hem. Zo verliepen enkele dagen en elke dag ging Jan even op bezoek. Toch was er geen vooruitgang… Marius werd ook triest…het ging niet goed. Na een paar dagen moest mijn man de hele dag de stad uit. Hoe zou het gaan met Marius? Snel even gaan kijken. Bij hem thuis. Jet was een spontane, lieve, volksvrouw, bij wie alles kon en waar je altijd welkom was. Je mocht de koffiepot zelf pakken en een kopje koffie inschenken. Was er geen schoon kopje, wel, dan waste je er even één onder de kraan. Jan stond die morgen met Jet te praten, toen stapte meneer pastoor binnen. Die pastoor had altijd een grote, Franse, baret op. Ze zagen hoe meneer pastoor de baret afzette en Jan dacht met schrik, “o, nee, dat is fout…” En ja hoor; de pastoor keek Jet aan en zei; ”Vrouw van Dale, oewe mins is doad ”, waarop hij zijn baret opzette en tegen Jan zei, “Gij redt het wel he”? En weg was hij. Mijn man bleef sprakeloos achter met een schreeuwende vrouw die alles niet meer op rijtje kon krijgen.
Hoe ver gaat pastorale zorg?...
Vreugde, zorg, verdriet en gemis het liep altijd door elkaar heen. Wat het Woord uit gewerkt heeft, weten we niet. Maar de Heere is rechtvaardig en genadig. Jan sprak op zijn graf, zoals hij op veel graven gesproken heeft, als mensen die we kenden overleden.
Ook op dit gebied was het een heerlijke tijd. De pastors gaven hem graag het woord en wat werd er vaak intensief geluisterd. Zaait aan alle wateren…en dat hebben we op veel manieren mogen doen.

 

Groepen jongeren kwamen uit het hele land naar Tilburg. Enkele duizenden hebben wel mee gedaan met lectuur verspreiden, zingen op straat, kinderevangelisatie, enzovoort. 

 

Volgend verhaal