De herder met zijn schapen….

Lees eerst: Psalm 23

Een artikel speciaal voor de liefhebber om eens even wat dieper te spitten. Ik heb als schrijver van dit artikel geen behoefte om partij te kiezen voor de één of de andere wetenschapper. Maar het is wel een onderwerp dat mij heel sterk boeit. En onderwerp dat heel sterk in de belangstelling staat. Herder – kudde. Er staat zoveel mee in verband. Het heeft heel nadrukkelijkmet je zaligheid te maken. Heel boeiend om over na te denken.       Evangelist Jan van Dooijeweert

De Bijbel is als een boek vol verrassingen.

Over de schepping van hemel en aarde. De Schepper van hemel en aarde. Over de mens in de heerlijkheid van het Paradijs, de mens in zijn verlaten van God. Het zoeken van God naar de mens. Het ontstaan van de kerk en het voortbestaan van de kerk. Als we gaan onderzoeken doen we een ontdekking:  In de Bijbel wordt de gemeente vergeleken met een kudde schapen. De voorgangers moeten herders zijn. De leden van de gemeente is hun kudde. Ze is aan hen toevertrouwd om ze te weiden, te voeden, te bewaken, te verzorgen.

Ik geef u een kleine bloemlezing van teksten om je “in te lezen”:

Psalm 79:13  Zo zullen wij, Uw volk en de schapen van Uw weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.

Psalm 100:3  Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen van Zijn weide.

Jesaja 53:6  Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen aanlopen.

Markus 6:34  En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te leren.

Psalmen 23:1  Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

Johannes 10:14  Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en word van de Mijnen gekend.

1 Petrus 2:25  Want gij waart als dwalende schapen; maar gij bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.

Spreuken 27:23  Zijt naarstig, om het aangezicht van uw schapen te kennen; zet uw hart op de kudde.

Lees ook; Ezechiël 34:1-12 en Johannes 10:1-14

De Refoweb-avond in Ede was een heel geslaagde avond. Na de inleiding stond ik daar met meer dan dertig vragen.Vragen die gesteld werden door jong volwassenen. Ik geef u graag een deel van de vragen door:

Hoe krijg ik zekerheid?

Hoe moet je bekeerd worden?

Hoe weet ik zeker dat de Heere Jezus ook mijn Zaligmaker wil zijn?

Is het nodig te weten dat ik uitverkoren ben?

Kun je Jezus ook stelen?

Wanneer is een preek goed? Bijbels?

Hoe kan ik beoordelen of een preek Bijbels is?

Onze dominee heeft geen aandacht voor mijn vragen.

Onze wijkouderling zei dat ik te kort “Kind van God” was om aan het heilig Avondmaal deel te nemen.

Onze dominee komt zelfs niet bij ons als je ziek bent. Dan stuurt hij een ouderling.

Hij kan ik weten dat de Heere me roept voor Zijn dienst? Als zendeling bijvoorbeeld.

Waarom worden zoveel jonge mannen afgewezen voor de opleiding tot dominee. We hebben zo’n groot te kort aan predikanten.

Waarom wordt een kerkenraad zo boos als iemand zich als volwassen opnieuw laat dopen.

Waarom mogen we in de kerk niet ritmisch zingen? Het is toch geen gehoor zoals het bij ons gaat?

Hoe kan het dat de Herziene Statenvertaling helemaal gekraakt wordt? Het was zo hard nodig dat we een iets duidelijker Bijbel kregen in ons eigen taal. Niet in de taal van mijn groot- en overgroot ouders.

Wat valt je op als je de vragen leest? Vraag dat jezelf eens af. 

Daar sta je dan met meer dan 40 jaar ervaring in het kerkenwerk, evangelisatiewerk, zendingswerk… Jaren van intensieve contacten met mensen, zowel jongeren als ouderen. Eén vraag komt boven drijven en blijft het hele spel beheersen: “Wat is er nu aan de hand? Zijn de jongeren van nu zo halsstarrig geworden? Ligt dat aan de opvoeding misschien? Preken de dominees niet goed? Preekte Spurgeon en Henry en de Erskines beter? Was Brakel een betere dominee dan……? Is God veranderd in Zijn werk? Duizend vragen.

Stonden de jonge mensen in vroeger tijd meer open voor het Woord van de Heere? Waarom is er steeds bij de jongeren zo’n geworstel met allerlei vragen. Waarom durven ze niet gewoon te geloven wat de Bijbel zegt?

Professor Nullens in Leuven, België, heeft er een heel boek over geschreven.

  •  “MONDIGE MENSEN, GEEN MAKKE SCHAPEN”

Lieve vrienden, daar ligt het probleem! Professor Nullens probeert de oorzaak van veel kerk problemen bloot te leggen in zijn boek. Voor mij is dat al veel langer duidelijk, maar je mag het niet hardop zeggen: Er is een kloof gegroeid tussen de jongeren en de ouderen in de gemeente. Er is een kloof van onbegrip, angst, en schrik gegroeid tussen de jongeren en de voorgangers van de gemeenten.

Professor doctor P. Nullens heeft hard gestudeerd op deze problematiek. Hij heeft en boek geschreven dat er mag zijn. Ik vind het geweldig dat broeder van der Zwaag het vrij uitvoerig gerecenseerd heeft. Ik heb zelf het boek nog niet. Maar op deze manier krijg je al een goed beeld. 

Nullens zegt: :” Eigenwijze schapen, zijn gesteld op hun vrijheid en mondigheid”. Zeker waar als ik in de kerk kijk. Veel jonge mensen hebben 10 keer meer geleerd dan hun dominee. Willen ze daarom in de kerk met ontzag en eerbied behandeld worden? Moet de dominee tegen hen op zien en respect voor hen hebben? Willen ze weg omdat hun dominee zo weinig kennis heeft?

Helemaal niet. Geen enkele jongere gaat met deze gedachte naar de kerk. Geen enkele studerende jongere heeft er behoefte aan om op zijn of haar dominee of kerkenraad neer te zien. Ze hebben helemaal geen andere gedachte dan “een boodschap van God” horen. Daar komen ze voor naar Gods huis. Maar ze komen wel als mondige mensen, die ook echt wel wat weten. Die niet zitten te wachten op een zondagschool vertelling. Maar die al helemaal niet zitten te wachten op allerlei betuttelingen die er van uitgaan dat de jongeren het “toch altijd beter weten”. 

Een groot deel van de problemen die rijzen heeft als oorzaak dat herders niet aanvoelen wat de  (nieuwe) schapen bedoelen. Eigenwijze schapen zijn gesteld op vrijheid en erkenning, mondigheid. Ze zijn mondig! Maar niet op het terrein van het geloof. Dan zijn ze vaak lammetjes die nog op allerlei wijze verzorgt en geholpen moeten worden. Vaak weten de herders niet hoe ze met deze mondige schapen moeten omgaan. De kudde moet volgzaam zijn. Maar dat kan niet meer in onze tijd. De jongeren van nu zijn ons als ouderen mijlen ver voorbij gestreefd.

(Een leuk voorbeeld: Ik heb een nieuwe telefoon. Weet je wel, waar je van alles mee kunt. Hij kan zelfs vragen beantwoorden. Ik weet met mijn 77 jaar ervaring in het leven, vaak helemaal de weg niet te vinden met dat apparaat. Weet je wie ik dan te hulp roep??? Mijn kleindochter van 13 jaar. En die helpt me wel) Ik zou ook net kunnen doen of ik het wel weet. Maar dan kan ik niet appen. En dat is jammer!

Begrijp je het probleem van veel herders?

Ze denken..... en zeggen ..... “Die jongeren doen net of ze alles weten. Die maken je het leven maar moeilijk. Ze willen Bijbelstudie en gebedskringen. Ze hebben problemen met de kinderdoop. Ze willen meer over Jezus horen, de muziek moet aangepast”… Hoeveel punten moet ik nog opnoemen? Dertig of vijftig of nog veel meer?

En de goedbedoelende dominee of ouderling komt met allerlei regels te noemen. Hoe het moet, hoe het niet kan, wat mag, wat niet mag… En dat kan enorm grote impact hebben, Hoeveel is er niet geschreven over de legging voor meisjes? En hoeveel onbegrip is er niet over het verschil van volwassen of kinderdoop. Hoeveel beschuldigingen zijn geuit tegen jongeren die “maar gelijk met Jezus beginnen”.

Ja, die jongere weet: “Zonder Jezus heb je niets, ga je eeuwig verloren”. Dus…. “Ik moet Jezus hebben. Jezus kennen. Ik moet zekerheid hebben.”

En de dominee en de hele oudere garde steigert: “Dat gaat zomaar niet! Dan moet je eerst dat hebben leren kennen. Dan moet je eerst dat geleerd hebben”. Ben je wel eens in Pniel geweest. Vaak kan de voorganger helemaal niet begrijpen waarom jongeren zo praten. En de jongere kan niet snappen wat die oudere bedoeld.

Zij kennen de gezelschapstaal niet. Hoe goed bedoeld ook; zij weten niet wat het is om “van vat geledigd te worden”. Dat is voor hen akadabra. De jongeren blijven steken in hun vragen. Ze kunnen hun eigen leven heel  niet in verband met het geloof brengen. Ze steigeren bij veel hoogdravende uitdrukkingen. En haken op de duur gewoon af. Jammer!!! Jammer!!! Het zou niet nodig zijn als de herder van de kudde wat beter zou durven te luisteren naar het geblaat van zijn eigenwijze kudde.

Hier is niet alleen een generatiekloof ontstaan waardoor ouderen en jongeren elkaar niet meer begrijwen (willen?) Hier is meer aan de hand. Bepaalde opvattingen die ontstonden in vroegere perioden, zijn tot "waarheden" geworden. Waarheden die onbewust een hogere zeggenshap hebben gekregen dan de Bijbel. Die ook vaak nog afwijken van de Bijbelse bedoeling van een tekst. Denk bijvoorbeeld aan de gelijkenis van de zaaier. Eerst ploegen, dan eggen en inzaaien. Eggen en zaaien is het belangrijkste, daaarmee maak je zaaiklaar. Maar soms hoor je dan met heel veel nadruk over het ploegen preken. De ploegschaar moet er diep in! Het wordt heel zwaar benadrukt. De Bijbel benadrukt de vrucht, het voortbrengen van vruchten als de boodschap van deze gelijkenis. Als mensen met vragen komen ligt vaak in het antwoord de dogma van de kerk op de voorgrond en het pastorale gedeelte wordt terzijde geschoven. Heel jammer, want dit schrikt af. 

Bij de voorganger is besef nodig van zijn verantwoordelijkheid.

Hij moet herder zijn over een kudde die zeer divers is. Maar die toch een gemeenschap is van geloof, hoop en liefde. (Mooi uitgedrukt!) Ik citeer Nullens: Een mooie en zuivere oplossing in ethisch lastige zaken is onmogelijk in deze tijd van „eschatologische spanning. Wat de barmhartigheid betreft is het bijzonder belangrijk dat er in de kerk voldoende ruimte is voor het onvolkomene, het fragiele en de pijn van het leven.”

Hij zegt ook: “De ethiek van het Koninkrijk van God is volgens prof. Nullens een ethiek van de tussentijd, in afwachting van het Koninkrijk. Daar moet de gemeente naar toe groeien, Naar toe geleidt worden „Er mag en kan geen laatste woord zijn, alleen een open einde is mogelijk.”

Ethiek is altijd „onderweg zijn” en zorgen voor “eigenwijze schapen”. In deze gebroken wereld is niets in simpele regeltjes te gieten”, aldus prof. Nullens.

De ethiek wordt gestempeld door verantwoordelijkheid. Die houdt niet alleen rekening met principes en waarden, maar ook met de gevolgen van keuzes. En ook met de werkelijkheid: de dingen lopen niet altijd goed af in het leven.Het is volgens prof . Nullens niet juist om religie op te vatten als „een cultuursysteem dat ons via religieuze druk, als lammetjes, angstvallig binnen de hekken houdt.” Nog minder goed is het om de kudde van Jezus Christus op te sluiten tussen een hekwerk van dogma’s, reglementen en heilige stellingen.  Je kunt alle regeltjes, hoe goed ook bedacht, op een verkeerde manier gebruiken. De mens van vandaag wil als mondige mens leven en besluiten nemen. Hij wil ook weten. Vooral de jongeren blinken hierin uit. Je moet wedergeboren worden… Ja, goed… maar wat is dat dan? Hoe gaat dat dan? Je moet je bekeren? Hoe moet ik dat dan doen? Kun je zelf niet, moet God doen. Waarom zeg je dan tegen mij: “Bekeert u?”

Het traphekje

Het mooiste voorbeeld vind ik nog altijd ons traphekje. We kochten in Tilburg een huis om daar te gaan wonen. (we schrijven1974). Ik was samen met mijn vrouw en Ds. A Honkoop. We waren boven op de overloop. Aan het begin van de trap was een goed sluitend hekwerkje. “Dat moet je direct wegslopen”, zei de dominee. “Anders leren je kinderen niet omgaan met een trap. En als het hekje dan een keer open staat rollen ze van de trap af”. Wat waar is dat! Dat blijkt vandaag dag in dag uit in de kerken. Bij honderden rollen ze van de trap af.

Mogen we dan geen geordend kerkverband hebben? Ja, zeker wel. Dat is zelfs hard nodig. Júíst in onze tijd!

 

Maar ga dan als dominee of leider van een gemeente de mensen niet uitleggen hoe die regels gelezen moeten worden, hoe ze die moeten interpreteren. De mondige mens wil zelf beslissen, wil zelf lezen wat er staat en het omzetten in de tijd van vandaag. Verstaanbaar, duidelijk, met autoriteit.

 De mondige mens zoekt naar een authentiek leven. Levende brieven van Christus. Een voorganger, een prediker die weet waarover hij het heeft. Niet omdat de synode het heeft gezegd maar omdat God het heeft gezegd. Een oudere rabbijn las in de Thora. Ineens realiseerde hij zich dat het Gods Woord was. In verwondering riep hij uit: “En God zei…!... En God zei…..! Het was een juichkreet die uit zijn hart opklom.

 Dat is wat de mondige mens wil ervaren. Ook in de prediking. Geen regeltjes, geen voorschriften, geen opgelegde zaken. Wat is dan de reactie van de ouderen, de mensen die nog zo vertrouwd zijn met uit drukkingen als: “Mijn moeder zei altijd….” Of “Mijn opa dat was een echt gelovig man, zo heb je er tegenwoordig niet veel meer.” Wat het ook goed deed: “De ouwetjes zeiden altijd…”

Ongetwijfeld ken je van die gevleugelde gezegden. Waren dat leugens? Nee, verre van dat! Ik heb ze ook gekend. Oude mensen met een enorme brok levenservaring, maar ook met een brok “geloofservaring”. Mensen die niet bang waren voor de moderne wereld. Mensen die leefden met het Woord van God, midden in een tijd waarin God steeds verder werd afgevoerd.

“Verantwoordelijkheid nemen brengt ook risico’s mee, heeft ook moeilijke kanten.  Het betekent dat we soms moeilijke besluiten moeten nemen”.

 Jonge mensen beseffen vaak heel diep dat de liefde voor Jezus Christus de diepste motivatie van ons leven moet zijn. Hij is de Opperherder aan Wie mensen voortdurend verantwoording - moeten afleggen. Tussen God en mens staat Christus als Middelaar. Daar staat geen voorganger, dominee of pastoor tussen. Die mag dat ook niet proberen. Hij moet alleen herder zijn. Herder in de voetsporen van de Goede Herder, Jezus Christus. Deze gedacht ontneemt de herder alle pretenties om zich ver boven de kudde te verheffen. Ja, wel in de naam van God, maar niet boven de ander.

Het komt er dan natuurlijk wel op aan dat de kudde niet zelf autonoom gaan leven zonder te rekenen met normen, waarden, andere broeders en zusters, regels die we kennen in de gemeente. Het moet altijd in het kader van de liefde blijven staan en in de bewustheid dat we tegenover God volledig verantwoordelijk zijn voor alles wat we doen… en laten. 

Mensen moeten zelf hun verantwoordelijkheden nemen en zichzelf als verantwoordelijk duiden, zo benadrukt de Leuvense rector. De mens van vandaag doet dat ook. Spontaan en naar de wens van de voorgangers in de kerken wel eens een beetje te gretig. Ze hebben er geen vat meer op. Ze missen de clou van het leven van de mens van vandaag.

En dan krijgen we het wegkruipen achter stellingen, synodebesluiten, voorwaarden, algemeenheden, schijnwetenschappelijk stellingen en nog veel meer wegkruip mogelijkheden. Men verliest uit het oog waar de pastor, de dominee, de voorganger voor staat. Professor Nullens:  „Het doel is groei, ontwikkeling, geestelijke vorming, steeds meer gelijkvormig worden aan het beeld van Christus, in dienst van anderen. Pastors helpen en steunen anderen op deze voor iedere persoon unieke levensweg.”

Tot slot:

Voor  jongeren is het nodig om zoveel verantwoording te nemen dat ze hun voorgangers niet de hals breken met hun vragen… Voor de voorgangers is het nodig te beseffen dat zij geen rechten hebben om jongeren buiten het Koninkrijk of binnen het Koninkrijk te sluiten.

Dat is Gods werk! Het werk van de liefdevolle God die roept en smeekt en bidt tot jongeren en ouderen: Geef Mij uw hart!

Maar die ook Spreekt tot de herders: Ik zal Zelf Mijn schapen weiden en Ik zal ze Zelf doen neerliggen, spreekt de Heere HEERE. Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken, maar het welgedane en het sterke zal Ik wegvagen. Ik zal ze weiden zoals het hoort. Ezechiël 34:15,16

Een opdracht voor iedereen: Denk er eens over na:

Wie staat voor de Bijbel centraal:  De kudde of de herder?