Kerstfeest - heidens feest?

Chanoeka (Inwijdings- of Vernieuwingsfeestfeest)

Het kerstverhaal is zo westers, dat het nooit in Israël kan hebben afgespeeld...

Over het kerstverhaal zijn nogal wat misverstanden ontstaan in de loop van de tijd.
Hoewel de meeste mensen menen het kerstverhaal nu wel onderhand wel te kennen, blijkt in de gesprekken dat er veel misverstanden zijn. Veel zaken rondom kerst zijn (geheel) niet terug te vinden in de Bijbel. Ook weten we dat de kerstboom een heidens gebruik zou zijn en meer van dat soort dingen. Dit alles deed een Jood eens tot de uitspraak komen:
"Het kerstverhaal is zo westers, dat het nooit in Israël kan hebben afgespeeld. Geen enkele Jood zou een pasgeboren kind in een voerbak leggen waar onreine dieren uit eten, nog afgezien van het hygiëneprobleem”.

Een vraag die mogelijk naar boven komt is;
is het wel nodig om zo diep te graven in de geschiedenis van het kerstfeest?
Wat levert het op en wat voegt het toe aan onze relatie met Jezus de Messias?
In eerste instantie is het bedoeld om een boel verwarring weg te nemen.
Tevens is het van belang om te weten of er nu werkelijk heidense gebruiken in voorkomen,
en hoe het nu werkelijk in elkaar zit.
Reden genoeg om e.e.a. eens onder de loep te nemen.

Wanneer begon men kerst te vieren
Hoewel het misschien raar klinkt,
moeten we vaststellen dat het kerstfeest in de eerste periode van het christendom niet werd gevierd.
In de eerste 200 jaar na Christus was er niemand die zich bezig hield met 'het kindje Jezus' of de 'geboortedag' van Jezus.
Het was niet de gewoonte om een verjaardag te vieren, alleen de Romeinen vierden verjaardagen.
Voor Joden en christenen was het daardoor helemaal ondenkbaar om een dergelijk feest te vieren.
In oude geschriften van de christelijke schrijvers (Tertullianes en Origenes 160-255) wordt het kerstfeest ook niet vermeld in de lijst van feestdagen van de kerk.
Naarmate de christenheid zich meer en meer uitbreidde onder de heidense volkeren,
kwamen ook steeds meer heidense gebruiken binnen de leefwereld van de christenen.
In 221 na Christus opperde de christelijke historicus Julius Africanus (160-240) als eerste,
dat het goed zou zijn 25 december als gedenkdag van de geboorte van Jezus Christus in te stellen. Africanus was een belangrijk Romeins legerofficier,
een vriend van koningen en keizers en bekeerd tot het christelijk geloof.
Hij was een aanhanger geweest van de religie van Mithras. Deze Mithras was een 'god' die van oorsprong uit Perzië kwam, en door keizer Aurelianus tot god van het Romeinse rijk was verheven.
In de Perzische mythologie was Mithras geboren uit een maagd, en het leven was geschonken door ‘de Moedergod'. Hij werd ter wereld gebracht door Anahita,
een onbevlekte, maagdelijke moeder zoals men zei, die aanbeden werd als vruchtbaarheidsgodin.
De geboortedag van deze Mithras was…  25 december! 

Zoals gezegd, men vierde op deze datum ook al het feest van de 'onoverwinnelijke zon'.
De kalendermaanden in de Bijbel beginnen echter op de dag van de nieuwe maan.

De Romeinen vierden dus twee (heidense) feesten op 25 december,
- het feest van de onoverwinnelijke zon
- de geboorte van de ‘god’ Mithras.
En zo vond Africanus het een goed idee om de geboorte van Jezus te gebruiken als christelijke 'tegenhanger' van deze twee heidense feesten.
Om het nog ingewikkelder te maken vermeld ik
dat de Joden in dezelfde maand het Bijbelse lichtfeest, Chanoeka vieren.

#################

Joden in opstand

“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de … dag”. (Genesis 1)

In het jaar 198 kwamen de Joden In Jeruzalem in opstand tegen de Syrische koning Antiochus,

die zelfs een afgodsbeeld in de tempel plaatste.
Joods onderwijs vanuit de Thora werd door hem verboden, en ook het samenkomen op de sabbath werd door hem verboden. Tevens werd de tempel leeggeroofd en geplunderd en onreine dieren zoals varkens werden er geofferd.
Onder leiding van Judas de Maccabeeër, afkomstig uit een priesterfamilie, kwamen de Joden in opstand, en behaalden na drie jaar de overwinning.
De tempel werd weer gereinigd en opnieuw ingewijd.
Dit inwijdingsfeest (Chanoeka) wordt door de Joden nog steeds jaarlijks gevierd. In Johannes 10:22 komen we het tegen, we lezen daar:
“En het was feest vanwege de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter”.

Behalve de overwinning van Judas de Maccabeeër, was er nog iets belangrijks wat plaats vond. Tijdens de herovering van Jeruzalem werd er in de tempel een kruikje olie gevonden dat nog niet verontreinigd was, maar bevatte olie dat slechts genoeg was voor één dag.
Toch bleef de Menorah, de tempelkandelaar, niettemin acht dagen branden op dat ene kruikje olie.
(Zie ook de geschiedenis van de weduwe van Sarfath in 1 Koningen 17:7-17)

Om dit wonder te herdenken wordt jaarlijks de Chanoekia aangestoken.
Er wordt op iedere dag een kaars aangestoken, totdat op de 8e en laatste dag alle kaarsen branden.
De kaarsen worden aangestoken d.m.v. de Sjamasj, wat dienaar betekent.
Ik kom daar straks nog op terug.
Doordat christenen zich steeds verder afscheidden van hun Joodse wortels, verviel het Joodse Chanoekafeest al snel, met alle nadelige (heidense) gevolgen van dien.
Onder Keizer Constantijn de Grote, de eerste zgn. “christelijke keizer" (306-337), werd 25 december steeds populairder. Hoewel hij de christelijke godsdienst als staatsgodsdienst uitriep,
bleef hij ook trouw aan de god Mithras.
Uit vele andere gebeurtenissen bleek dat Constantijn, ondanks dat hij zich christen noemde,
ook een zonaanbidder bleef, maar omdat men eenheid wilde en onderwerping aan het pauselijk gezag, besloot Paus Liberius (352-366) in 354 d.m.v. een decreet, dat op 25 december de geboorte van Jezus Christus gevierd zou worden met een speciale kerst-mis.
Nu weten dus ook waar het woord kerstmis vandaan komt. Uit alles blijkt duidelijk dat 25 december niet op een Bijbelse of historische basis gekozen is.

Wanneer werd Jezus echt geboren?
Over één ding zijn alle onderzoekers het eens en dat is; dat de datum van Jezus geboorte in ieder geval niet op 25 december geweest kan zijn.
Ook in Israël is de winter koud en nat,
daarom alleen al is het niet aannemelijk dat er in die tijd een volkstelling kon plaatsvinden.
De Romeinen wisten heel goed dat veel van de primitieve wegen in Israël onbegaanbaar zouden zijn. Uit Joodse geschriften weten we dat de kudden rond Bethlehem van november tot februari
werden binnengehaald, maar hoe het weer veelal werkelijk was in Israël rond de negende maand
Kislev (nov./dec.), kunnen we lezen in Ezra 10:9
"Het hele volk zat neer op het plein van het huis van God,
bevend omwille van de zaak en vanwege de vele regen”.

Volgens diverse Bijbelleraars is het tijdstip van Jezus' geboorte te berekenen met behulp van de volgorde van de priesterdienst in die tijd.
Zacharias, de man van Elizabeth, behoorde tot de orde van Abia,
“In de dagen van Herodes, de koning van Judea,
was er een priester van de afdeling van Abia, van wie de naam Zacharias was.
En zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron en haar naam was Elizabeth”. (Lukas 1:5)

Er waren 24 dienstgroepen en in 1 Kronieken 24:10 kunnen we lezen,dat Abia tot de achtste groep behoorde.
Als je alles op een rijtje gaat zetten zoals de verschillende dienstgroepen van de priesterdienst,
de verschillende tijdsaanduidingen, o.a. de maanden van zwangerschap van Elizabeth,
alsmede het bezoek dat Maria aan Elizabeth bracht en dat ze daar drie maanden bij haar verbleef,
kunnen we concluderen dat Jezus omstreeks in de maand Tishri (september/oktober) is geboren.
De maand Tishri is ook de maand van de grote feesten van Israël, namelijk: Joods Nieuwjaar (Rosj Hasjana),Grote Verzoendag (Jom Kippoer),
en het Loofhuttenfeest (Soekot).
Hier zou weer een aparte studie aan te wijden zijn, maar heeft nu niet met ons onderwerp te maken.
Toch wil ik kort enkele aspecten toelichten die wél met ons onderwerp van doen hebben, namelijk:

Joods Nieuwjaar (Rosj Hasjana)Volgens de Joodse traditie begint de dag bij de schepping toen de mens door God werd geschapen.
De Joodse dag begint met zonsondergang,
m.a.w., de dagen gaan over van het duister naar het licht. 

Dit principe kom je ook tegen in de eerste brief van Petrus waar staat:
“…opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”. (1 Petrus2:9b)

Gelovige Joden geloven dat God op deze dag bepaalt wat er gaat gebeuren met de mensheid het komende jaar. In de gebeden worden zonden erkend en wordt om vergeving gevraagd.

&&&&&&&&&&&

Grote Verzoendag - Jom Kippoer

Grote verzoendag

We zien hier al het verzoenend werk van de Here Jezus opdoemen, nog vóór Zijn geboorte.
In het Jodendom is verzoening fundamenteel, want zonder verzoening is er geen relatie.
Het doel is dan ook dat het volk weer verzoend wordt met God en dat de zonde verzoend,
(letterlijk: ‘bedekt’) wordt, en het volk weer in harmonie met God en met elkaar kan leven.
De meesten geleerden zijn het er over eens dat Jezus in september/oktober is geboren, dus tijdens de grote feesten van Israël. Stel je toch eens voor dat Jezus is geboren op Grote Verzoendag.
De enige dag dat de hogepriester het heilige der heilige mocht binnengaan om verzoening te doen voor het hele volk.
Zou het niet echt iets voor de God van Israël zijn om op zo’n dag Zijn geliefde Zoon, de Redder van de wereld, onze Hogepriester, naar de aarde te zenden?

Het Loofhuttenfeest (Soekot)
De betekenis van het Loofhuttenfeest is om het Joodse volk te herinneren aan de onderkomens waarin zij woonden tijdens de reis door de woestijn.
’s Nachts konden ze door het dak van bladeren de sterrenhemel zien, zodat ze werden herinnerd aan de belofte van God dat ze een groot volk zouden worden, zoals de sterren aan de hemel.
Tevens vertelt de Bijbel dat de HEERE vóór hen uit ging.

De Loofhut

De loofhut
“De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hen de weg te wijzen,
en ’s nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken”.
(Exodus 13:21)

De Joden moesten in de loofhut voor acht dagen brood meenemen en zij bewaarden dat in een kist.
Bij het Loofhuttenfeest worden de mensen een week lang herinnerd aan het feit dat ze afhankelijk zijn van God en dat ze op Hem zijn aangewezen v.w.b. levensonderhoud en bescherming,
en dat hun vertrouwen volledig op God gericht moet zijn.

De Kerstboom

Kerstfeest zonder kerstboom is volgens velen geen echte kerst.

 De kerstboom was er echter al voor dat Jezus geboren was. 

Hij was al meer dan duizend jaar vóór Christus in gebruik bij de heidense godsdiensten.
In die tijd hakte men in het bos rond 25 december een dennenboom om, sloeg er een kruis onder zodat hij bleef staan en versierde de boom.
Naast de vele 'wereldse' verhalen die dat onderbouwen, lezen we dat ook in de Bijbel in Jeremia,

waar het gaat over God en de afgoden.
“De gebruiken van die volken zijn onzinnig:
het is immers een stuk hout (in het Hebreeuws staat er ‘boom’),
iemand heeft het uit het bos gekapt,
vakwerk ( letterlijk: werk door handen van een vakman) met de bijl.
Met zilver en met goud maken ze het mooi, met spijkers en met hamers zetten ze het vast, zodat het niet kan wiebelen. (Jeremia 10:3-4)

Het vereren van bomen en/of boomgeesten is al heel oud.
Het 'kerstliedje': 'O, dennenboom, o, dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon', spreekt voor zich!
Als we denken dat het vereren van bomen alleen in verre heidense landen gebeurde, hebben we het behoorlijk mis.
Ook in ons land vond en vindt het nog steeds plaats. Zo heeft Denekamp tot op de dag van vandaag de zgn. 'paasgebruiken'.
Uit het blaadje dat door de VVV in Denekamp wordt uitgegeven, volgen hier enkele zinsneden:
“Wanneer de boom is aangewezen, wordt onmiddellijk begonnen met het omhakken ervan.
De boom wordt van z'n zwaarste takken ontdaan en daarna grijpen vele handen toe,
een lange keten van mensen wordt gevormd en het slepen van de 'paasboom' begint...
In het dorp aangekomen wordt de boom voor de kerk gedeponeerd.
Velen gaan de St. Nicolaaskerk binnen voor een korte kerkdienst...
Na de dienst wordt de boom naar de paasweide gesleept
waar het hout voor het paasvuur ligt opgestapeld”.

Er zou veel meer te vertellen zijn over de afkomst van kerstballen, slingers, kerstman, enz. maar één ding is duidelijk, het heeft allemaal een heidense achtergrond. Ook veel christenen zijn b.v. niet op de hoogte van het feit dat goud- en zilverkleurige ballen de geschenken symboliseren die binnen het heidendom aan de ‘altijd groene’ boomgoden geschonken werden.
De laatste jaren is kerst in hoog tempo vercommercialiseerd, en teruggekeerd naar wat het oorspronkelijk was: een heidens feest.
Boeddhabeelden en lotusbloemen nemen de meest prominente plaats in op de kerstmarkten. Ook het christelijk sausje dat sindsdien over deze van oorsprong heidense cultus ligt, is bijna niet meer waar te nemen.
Het kerstverhaal in de Bijbel, twee evangeliën één verhaal
Om te beginnen valt het op dat de twee evangeliën eigenlijk een 'verschillend' kerstverhaal vertellen.
Zo vertelt Mattheus het verhaal van de 'wijzen', maar hij heeft het niet over de herders of de geboorte zelf. Wel vertelt Mattheus als enige over de vlucht naar Egypte en de kindermoord.
Ook is het Mattheus die vertelt over de engel die aan Jozef verschijnt, maar zegt niets over de engel bij Maria.
Lukas daarentegen vertelt heel in het kort iets over de geboorte, en verder het verhaal van de herders maar niets over de ‘wijzen’ of de vlucht naar
maar hij vertelt niets over de engel die aan Jozef verschijnt.
Of het nu een bewuste keuze was om beide het verhaal van een andere kant te belichten,
of dat de schrijvers andere informatiebronnen hadden, we weten het niet. Duidelijk is wel dat het van belang is beide evangeliën als één geheel te lezen om het verhaal compleet te krijgen. (eerst Lukas en dan Matthéüs)

Geen stal, geen os en ook geen ezel
Opvallend is verder dat beide evangeliën niets vertellen over een stal of over een os en een ezel.
Hoewel men dikwijls juist de stal gebruikt om aan te geven dat Jezus geboren was in armoede, geeft Lukas alleen maar aan dat Hij geboren was in een 'kribbe'.
Helaas is de naam ‘kribbe’ vanuit de grondtekst foutief vertaald, en is het een eigen leven gaan leiden, ik kom daar zo op terug.
Maar als de stal werkelijk zo belangrijk zou zijn geweest voor het verhaal, dan had men dit zeker vermeld.
Ook bij de aankondiging van de engelen aan de herders wordt er niet over een stal gesproken.

De 'kribbe'
Ik heb het woord 'kribbe' nadrukkelijk tussen aanhalingstekens geplaatst omdat het een verwarrende vertaling van het Griekse woord is dat in de grondtekst wordt gebruikt.
Het Griekse woord 'phatne' dat hiervoor gebruikt is,
komt van het woord 'phateomai' en betekent 'om te eten'. Een 'phatne' is een houten bak, niet waaruit de dieren aten, maar een bak/kist waarin de Joden voedsel bewaarden. We hebben reeds gelezen dat de Joden tijdens hun verblijf van acht dagen in de loofhut, brood moesten meenemen en dit moesten bewaren in een kist.
Velen van ons kennen nog wel de broodtrommel van vroeger, waarin we het brood bewaarden om het vers te houden. Jezus kwam dus niet als ‘voer voor dieren’, maar als het Levende Brood voor mensen!

In doeken gewikkeld
In de tijd van Jezus, maar ook later, was het de gewoonte de pas gebakken broden in doeken te wikkelen. Zeker als de broden nog warm waren, zorgde dit ervoor dat ze konden uitwasemen en toch vers bleven. Als we nu de Bijbeltekst 'in doeken gewikkeld en liggende in een houten kist' lezen, dan gaan we pas goed beseffen wat er staat in Johannes 6 over het levende brood.

Ik ben het Levende Brood
“Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld”.(Johannes 6:51)

Hoe en waar kwam Jezus dus op aarde?
In Bethlehem (broodhuis) en volgens Zijn eigen woorden als 'Het Levende Brood'.
Nogmaals, Jezus is dus niet geboren in een kribbe als 'voer voor dieren', maar als het Levende Brood voor mensen!

Het Licht der wereld

De sjammasj

Ik ben het Licht der wereld

Naast de acht armen van de Chanoeka is er nog een negende extra arm, die de ‘Sjammasj’ (dienaar) heet.

De kaarsen worden allen met behulp van de sjammasj aangestoken, iedere dag één en acht dagen lang. Zo gaf de Eeuwige aan de wereld Zijn Dienaar Jezus, die het Licht der wereld is.

“Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”. (Johannes 8:12)

Ook heeft Jezus ons de opdracht gegeven om zélf een licht te zijn in deze wereld, want in Mattheüs 5 zegt Hij dat wij het licht der wereld zijn.
Zoals de Chanoekia wordt aangestoken door de dienaar, kunnen wij alleen maar lichtdragers worden wanneer Yeshua (Jezus) ‘Het Licht der wereld’, en ‘Dienstknecht des Heren’, ons ontsteekt.
God voorziet ons van olie (teken van de Heilige Geest) om zo in deze wereld lichtdragers te zijn,
en het werk van de Heere Jezus voort te zetten.
Chanoeka is ook voor ons het feest van vernieuwing. Omdat we zelf een tempel van de Heilige Geest zijn, moeten we rein zijn en blijven.
Daarom moet onze lamp voortdurend branden, zodat Gods licht in deze duistere wereld zal schijnen.
Het is heel bijzonder te vernemen dat tijdens het Chanoekafeest één van de schriftlezingen,
die in de synagoge wordt gelezen, uit Genesis 45 is, waar de ontmoeting van Jozef en zijn broers beschreven wordt. Jozef is ‘verkocht’ door zijn broers, maar door God aangesteld als ‘redder’ der wereld.
In dit profetische gedeelte zien we de lijn naar Jezus, die eerst is ‘verkocht’ door Zijn Joodse broers, maar Jezus wordt door God aangesteld tot de echte Redder van de wereld.
De grote vraag is, of de Joodse broers Hem zullen herkennen en zullen erkennen als de Messias.
Maar zoals Jozef zich uiteindelijk bekend maakte aan zijn broers, zó zal Jezus zich ook eenmaal bekend maken aan Zijn Joodse broers.

De herberg
In Lucas 2:7 lezen we: ".. omdat voor Hem geen plaats was in de herberg".
Bij het woord herberg denken we aan een gebouw waar je kamers kunt huren voor één of meer nachten. Voor de Joden uit die tijd was dat niet zo.
Het Griekse woord 'kataluma', dat hier vertaald is met herberg, komt nog twee keer voor in het Nieuwe Testament.
In Marcus 14:14 en Lucas 22:11 wordt het echter vertaald met vertrek/eetzaal of nog beter,
gemeenschappelijke ruimte.
De NBV heeft het vertaald met: gastenvertrek! (nachtverblijf) Eigenlijk moeten we meer denken aan een soort karavanserai. Op een binnenplaats met meestal een galerij er omheen, stonden de dieren.
Uit opgravingen blijkt dat herbergachtige gelegenheden uit een aantal gemeenschappelijke ruimtes bestonden, mannen en vrouwen gescheiden. Omdat het hier om grote gemeenschappelijke ruimtes ging, (privacy is typisch westers…)
is het niet zo vreemd dat een bevallende vrouw daar niet zomaar tussen kon gaan liggen.
Zeker voor een Joodse vrouw is dat onmogelijk,
omdat een vrouw die bevallen is, volgens de wet zoals beschreven in Leviticus 12, onrein is.
Voor een dergelijke vrouw was er dus ‘geen plaats in de herberg of gemeenschappelijke ruimte’.
Toen het geboortefeest van Jezus eenmaal op de feestdag van de heidense god Mithras gevierd werd, verstrengelden een aantal gewoontes en verhalen.
Mithras was namelijk wel in een stal/grot geboren.
Omdat de meeste stallen van dieren in grotten gevestigd waren, kan je hier dus zowel grot als stal gebruiken. Juist omdat de Bijbel nergens aangeeft waar Jezus geboren werd, ligt het voor de hand dat men dit oude verhaal gebruik heeft, om deze 'leegte' in het kerstverhaal op te vullen.

Drie koningen/wijzen uit het Oosten?
Volgens het traditionele verhaal zouden er drie koningen uit het Oosten gekomen zijn. In alle kerststallen zien we dan ook drie mannen met kronen op hun hoofd, en ieder met een voorwerp (cadeau) in de hand.
De drie koningen zouden volgens de verhalen zijn:
Melchior - koning van Arabië,
Caspar - koning van Tarsus en
Balthazar - koning van Ethiopië.

Iedereen die een atlas heeft zal direct ontdekken dat alleen Arabië ten oosten van Israël ligt.
Tarsus ligt ver ten noorden van Israël en Ethiopië ligt ver ten zuiden van Israël. Hoewel we dit verhaal vele malen hebben gehoord, is het niet zoals het in de Bijbel staat.
In Mattheus 2 ontdekken we dat er over 'wijzen' gesproken wordt en niet over een aantal. Volgens de traditie zouden de wijzen de stal binnenkomen en Jezus aanbidden.
Maar in Mattheus staat: “toen zij het huis binnengingen vonden zij het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en aanbaden Het”.
Het Griekse woord 'paidion' voor kind, betekent een jong kind en zeker geen zuigeling.
Het staat duidelijk in contrast met de boodschap van de engel aan de herders in Lucas 2,waar het Griekse woord 'brephos' voor kind gebruikt wordt en betekent embryo of pasgeboren baby.

Ook staat er niet dat de wijzen het kind zagen liggen in een kribbe.
Tevens verklaart het ook waarom alle kinderen van twee jaar en jonger omgebracht werden, en niet alleen alle baby's, want Herodes had immers nauwkeurig navraag gedaan wanneer de wijzen de ster hadden gezien.

Terug naar de wortels

Hij kon dus kennelijk ongeveer uitrekenen hoe oud Jezus geweest moest zijn. We weten nu dat het niet om 'koningen' ging, en dat de 'wijzen' niet bij de geboorte waren. Zij kwamen pas ongeveer anderhalf jaar later, en dat het aantal niet drie was, maar onbekend.
Hoe heeft het dan zo ver kunnen komen dat het 'altijd' verkeerd is verteld? Het antwoord is: Omdat er al vele verhalen bestonden die een heidense achtergrond hadden met dezelfde strekking.
In één van die verhalen komen we ook weer de heidense god Mithras tegen.

Hoewel van Perzische afkomst, beleefde hij zijn grootste bekendheid in het Romeinse rijk
rond de eerste 300 jaar na de geboorte van Jezus.
Gerekend vanuit Rome, het middelpunt van de Mithrascultus, zouden de zogenaamde ‘koningen’ inderdaad uit het oosten gekomen zijn.
Omdat veel bekeerlingen in die tijd uit het Mithrasgeloof kwamen, is dit zeer aannemelijk.

Terug naar onze wortels
Doordat de band met Israël, als de wortel van ons christelijk geloof, is doorgesneden zien we de diepe en rijke betekenis van Jezus' komst niet meer in het juiste verband.
We hebben gezien waartoe dit kan leiden namelijk: een eigen interpretatie van de Bijbel. Als we de geboorte van Jezus gaan zien in het licht van de Bijbelse / Joodse feesten en gedenkdagen,
zien we de lijnen lopen van Genesis tot Openbaring.
Jezus is het vleesgeworden Woord van God, het einddoel van de Thora.
De Thora, de Psalmen en de profeten getuigen van Hem en Hij, Jezus Messias is de volkomen vervulling hiervan. Hij is alles in allen.
Door de feesten van Israël leren we de betekenis van Jezus' komst, zijn geboorte, en zijn wederkomst beter en dieper te verstaan.
Laten we beseffen dat we als 'wilde' takken zijn geënt op de edele olijfboom, namelijk: Israël.
Het vieren van de geboorte van de Messias is ook een viering van Gods trouw aan Israël, en van al Zijn beloften aan datzelfde volk.
De geboorte van Jezus wijst erop dat dit heil zowel het volk Israël, maar ook de heidenen omvat,
en dat zij deel zullen hebben aan de beloften van Gods redding.

In Lukas 2:28 lezen we dat Simeon het Kind Jezus in zijn armen neemt en God loofde en zei:
“Nu laat u, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord,
want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken,
een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken”.*(Lukas 2:29-31)
(* Letterlijk staat hier: een licht tot openbaring van de heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël)

In Lukas 2 hebben Simeon en Anna drie dingen geprofeteerd.
1. Jezus is het Licht tot openbaring van de heidenen: dat is gebeurd in de laatste 2000 jaar.
2. De glorie (heerlijkheid) van God terugbrengen bij het volk, zoals ten tijde bij de inwijding van de tempel toen de heerlijkheid van de HEERE het gehele huis vervulde. (2 Kronieken 7:1-
3. De verlossing van Jeruzalem, als Jezus terugkomt op de wolken en Zijn voet zet op de Olijfberg.

Tot slot

Simeon in de tempel

Zo kunnen we, met al deze gedachten en feiten als achtergrond, de geboorte vieren van onze Herre Jezus. Wie het echte kerstfeest wil ontdekken, moet recht doen aan de waarheid die de evangelisten in de Bijbel hebben opgeschreven: de Schepper van hemel en aarde is mens geworden om ons te genezen en te redden. Dat is de radicale waarheid van kerst.
Wie al het bovenstaande wat gezegd is aanneemt, heeft het echte kerstfeest ontdekt. Het blijft steeds weer nodig om de heidense versie van het kerstfeest van haar mythe te ontdoen,
om tot de Joodse man, Messias Yeshua, Zoon van God, te geraken.
Naar díe Messias mogen we uitzien en naar Zijn terugkomst op de wolken des hemels,
en Hij Zijn glorieuze intocht zal houden. Waar? In Rome? O nee, beslist niet!
Waar dan? In Israël? Jazeker, in Jeruzalem, in de stad van de grote Koning.

O kom o kom, Immanuel,
verlos Uw volk, Uw Israël!
O kom, die onze Heerser zijt,
in wolkkolom en vuurkolom en majesteit.
O Adonai, die spreekt met macht,
verbreek het duister van de nacht.
Weest blij, o Israël,
Hij is nabij, Immanuel!

Ik wens jullie allemaal een gezegend feest van het Licht..

 

Samengesteld en aangevuld door Harry van der Velde uit artikelen van Peter Steffens,Werner Stauder, Jacob Keegstra en Otto de Bruyne