Durven we het aan: bidden en belijden?

IS JE LEVEN BELIJDEN OF BIDDEN?

Doorgrond mij en ken mijn hart.

Lezen: Psalm 139 in zijn geheel.

Overdenken vers 1 en 23

 

In vers 1 de belijdenis: „Heere, U doorgrondt en kent mij”.

In vers 23 het gebed: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart”.

 

Dat klopt toch eigenlijk niet.

Deze twee verzen spreken elkaar toch wel tegen? 

Als de belijdenis van vers 1 waar is, dan is het gebed van vers 23 overbodig.

Als het gebed van vers 23 waar is, moeten we de belijdenis van vers 1 dan niet schrappen?

 

Op dit punt tobben veel (jonge) mensen.

Ja, God kent mij, door en door. Beter dan ik mezelf ken. Hij doorgrond mijn gedachten. Hij weet mijn plannen. Hij weet hoe ik worstel om Hem te dienen. Hij ziet mijn falen en gestruikel. “Dat belijd ik U, Heere God”.

 

Waarom moet ik dan nog bidden zoals in vers 23,24?  “Heere God, doorgrond mij toch. Doorgrond de diepste dingen van mijn hart. Onderzoek mij totaal. Ik wil leven met U”.

 

Voor het geloof klopt het wel, maar dan moet je door durven denken:  “Ik weet, o God, dat Gij mij doorgrondt en kent, ja, ik wil dat U mij doorgrond tot in het diepst van mijn bestaan. O God, doorgrond mij en ken mijn hart, ken mij. U ziet het; ik wil alleen leven bij Uw Woord en met Uw Woord. Dat is het verlangen van mijn hart. Ik wil met U leven en met U sterven.”

Zo durft u, jij het te bidden. Toch? Of toch niet helemaal zo?

Denk er over na. Voor het aangezicht van de Heere God. Hij kent jouw gedachten. Hij weet alles wat je beweegt om tot Hem te roepen. Dan weet Hij toch ook dat het echt zo is in je leven!

Het is zo!

Laat het zo blijven!

 

Maar ga het dan ook belijden. Durf het te belijden. Wacht daar niet mee tot op je sterfbed. Veel mensen openen op het sterfbed voor het eerst hun mond om te belijden dat ze Jezus liefhebben, dat ze Hem hebben leren kennen als hun Zaligmaker. Wat erg als dat zo is.

Hij wil dat je in je leven hem belijdt. Dat je het uitspreekt met heel je hart er bij: “Ik wil van Hem zijn, ik wil Hem volgen, elke stap elke dag, elk uur. Ik belijd het, en Hij weet dat het zo is. Hij kent mijn hart, Hij weet mijn gedachten. Hij weet dat ik eerlijk achter Hem aan wil komen”.

 

Waar je aan moet denken: “Belijden zonder bidden leidt tot zelfverzekerdheid en zelfgenoegzaamheid”. Je wordt dik tevreden met jezelf, maar in je hart ben je vaak in de twijfels. Stormt het vaak: “Heb ik nou wel echte zekerheid dat ik behouden ben?”

Bij het belijden van je geloof, hoort het bidden om de Geest van de waarheid. Het bidden om het doorzoekende werk van Gods Geest. Langs deze weg krijg je vastheid en gerustheid zonder overdreven roemen op je zelf.

 

Denk er wel aan dat er ook een ander gevaar op de loer ligt: Het eindeloos bidden om het onderzoek door Gods Geest. Het eindeloos smeken: “Heere, ik ben toch eerlijk? Ik heb U toch echt lief? Het is toch echt bij mij Heere God”.

In dit moeras blijven veel (ook jonge) mensen steken. Altijd bidden nooit durven belijden; “Ik heb U lief”.

 

Belijden zonder bidden leidt tot overmoedige Christenen, die niet tegen een stootje kunnen.

Bidden zonder belijden leidt tot onzekere en twijfelende Christenen, die nooit zekerheid vinden.

.

U doorgrondt mij en kent mij! Amen! Het is waar en zeker!

Doorgrond mij o God en ken mijn hart! Amen!

 

Jezus maak het waar!

Heer, die mij ziet zoals ik ben.

Dieper dan ik mijzelf ooit ken

kent U mij, U weet waar ik ga,

U volgt mij waar ik zit of sta.

Doorgrond, o God, mijn hart;

het ligt toch open voor uw aangezicht.

Toets mij of niet een weg in mij

mij schaadt en leidt aan U voorbij…

 

Het belijden van Psalm 139 wordt in Psalm 150 nog eens

Heel nadrukkelijk aangeraden, bevolen!

Alles wat adem heeft, love de Heer.

Lees deze psalm eerst eens even.

Ben je het met me eens: “In de psalmen wordt getwijfeld, wordt geraasd, er is opstandigheid en verzet.

Er worden God verwijten gedaan.

Maar dwars door dit alles heen en hoog boven dit alles uit wordt God geloofd en geprezen. De lof van God is het laatste.

Deze laatste psalm, is in zijn geheel en voluit een loflied.

Het begint met halleluja.

Dan volgt tienmaal de oproep om God te loven.

Een hele muziekwinkel wordt leeggehaald en tot actie opgeroepen.

En tot slot staat er een oproep aan allen:

„Alles wat adem heeft, love de Heere”. 

 

En dan eindigt het zoals het begon: halleluja!

Soms denk ik: de droom mag niet sterven!

En soms denk ik: het protest mag niet verstommen!

Maar toch ook vaak denk ik: de lof mag niet tot zwijgen worden gebracht!

Kun je me volgen?

 

Ze zijn er nog altijd: Gods grote en goede daden…

Het bestaat nog steeds (ondanks alles wat tegen God is): de heerlijkheid en de kracht van zijn naam. De vreugde van Zijn dienst. De zegen op het lezen in de Bijbel.

 

En wij zijn er ook, maar soms zo moe van het jagen en jachten, dat we vaak geen adem meer hebben om Hem te loven en te danken.

Soms zo geknauwd en gekweld door wat er in de wereld gebeurt, dat de adem ons wordt afgesneden.

 

Op zondagmorgen mogen we naar de kerk, om adem te halen, om op adem te komen; waardoor we opnieuw God kunnen loven.

Het loflied mag niet tot zwijgen worden gebracht. Dat zou het einde zijn.

Maar het einde moet anders komen, zal ook zeker anders komen.

Openbaring 1: 4 zegt: “Genade zij u en vrede van hem, die is en die was en die komen zal.

Het laatste Bijbelboek, het einde van de Bijbel, is het boek van de komst van Christus en het Godsrijk.  Zo komt het einde. En dat einde is het grote begin!

 

Voor velen is  Openbaring een gesloten boek.

Zij leven bij het „daar staat geschreven en daar is geschied” en hebben uitsluitend een Heere, die tot het verleden behoort. Ze prijzen en danken Hem om alles wat Hij deed. En daar houdt het mee op.

Maar: Jezus Christus is gisteren, heden en morgen dezelfde, ja tot in eeuwigheid.

Wij mogen niet leven uit het verleden, dat gebeurd is, dat ons al verder verlaat.

Wij mogen evenmin opgaan in het heden, weet je, dat is straks toch ook weer verleden.

Jezus Christus heeft de toekomst en  Hij is onze toekomst. Het gaat om het komende Rijk, de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont en God alles in allen zal zijn.

Wij mogen leven uit de verwachting. Het laatste Bijbelboek staat in de Bijbel om ons wakker te schudden en wakker te houden! Wakker en waakzaam. Wij mogen Gods volk zijn, dat onderweg is.

Ken je de troost van dit Bijbelboek? De persoonlijke en troost, die hebben we nodig nog meer als brood.

Daarom zegent Johannes de gemeenten, aan welke hij schrijft, met de genade van hem, “Die is en Die was en Die komt”.

Laten we God bidden om Zijn zegen over ons allen. Zijn zegen van genade, vrede en barmhartigheid. Opdat wij Christus verwachten en uit deze verwachting leven en werken. Loven en prijzen.

Bidden en belijden.

Amen