video

Werkschets over geloven

Werkschets voor de thema-avond, 24 maart 2020 in Veenendaal.

 

 

ALS GELOVEN NIET (MEER) GAAT – WAT DAN?
Vraag en antwoord als thema van deze kleine studie over geloof en geloven.

 

In de vraag zitten twee situaties:
1 Ik heb geen geloof, ik geloof niet. 
De vraag bij deze situatie is: Wat moet ik doen om te gaan geloven? Hoe kan ik gaan geloven? De vraag kan zelfs zijn; Kan ik ook gaan geloven?
Is geloven ook voor mij? Deze vraag word gesteld in een heel andere situatie dan de tweede vraag. De vraag kan alleen uit belangstelling gedaan worden, maar ook uit een diep verlangen.
We gaan helemaal voorbij aan het gebruik van het woord “geloven” in het dagelijks gebruik. We denken alleen aan geloven zoals dat in de Bijbel wordt bedoeld. Het geloof in God en het geloof in Jezus Christus, en in alles wat de Bijbel ons leert.

 

2 Ik heb geloofd, maar het is helemaal weg gegaan.
Dit verschrikt me, maakt me ook moedeloos….. 
===========

 

Wat het eerste punt betreft wil ik in deze studie heel kort zijn.
Als iemand geen geloof heeft en toch wil geloven of gaan geloven dan zijn er een paar heel belangrijke dingen om u of iemand op gang te helpen.

 

1. “Beginnen te geloven”, is niet op te lossen door naar een kerk te gaan. Dit kan een goed hulpmiddel zijn, maar meer ook niet. Er is meer nodig.
Ik noem in dit verband een paar dingen die heel belangrijk zijn.

 

2. Het allereerst begin is schaf een Bijbel aan en ga echt in de Bijbel lezen. Lees Genesis en daarna Lukas. 
Dan komt er kennis van het ontstaan van de wereld, de mens, de zonde, de geschiedenis van de Bijbel. Maar in Lukas komen we duidelijk tegen wie Jezus is en waarom Hij geboren is.

 

3. Zoek iemand op die wil begeleiden en helpen. Bijvoorbeeld door één avond per week beschikbaar te stellen om iemand te helpen. Wegwijs maken in de Bijbel, wat moeilijke woorden verklaren, beschikbaar zijn als vraagbaak voor vragen die rijzen bij het Bijbel lezen.

 

4. Leer “bidden”. Wat is bidden? 
Voor velen is het niet meer dan “vragen om allerlei dingen die je nodig hebt of graag wilt hebben”. 
Maar dat is een volkomen misvatting!
Bidden is relatie met God zoeken. Probeer te begrijpen wat dat wil zeggen. 
Zoals wij geboren worden en opgroeien zonder Bijbel; hebben we geen enkele relatie met onze Schepper. Ook niet met Jezus.
Daarom is het zo nodig om contact te hebben met iemand die gelooft en die op gang kan helpen.

 

Genoeg hierover in dit verband. Dit hoort bij Evangelisatie thuis. Maar in onze tijd van angst en vrees door het Corona virus grijpen veel mensen naar een Bijbel. Mensen die nooit een Bijbel in handen hadden, maar ook mensen die hun hele leven in de kerk hebben doorgebracht en nog nooit tot geloven gekomen zijn.
Ook zij hebben hulp nodig!

 

We gaan naar het tweede punt:
Ik heb geloofd, maar het is helemaal weg gegaan.

Dit verschrikt me, maakt me ook moedeloos…..
Het valt me zo tegen van mezelf (of van God?)
Ik had nooit gedacht dat dit mij zou overkomen.
Ik wil dit niet, ik wil geloven en blij zijn!

De vraag die hieruit voortkomt is: 
Kan dat geloof weer terug komen?
Kan ik weer opnieuw gaan geloven?
Deze vraag kan gesteld worden vanuit een hart vol heimwee naar vroeger dagen.
Maar ook vanuit een hart vol wrok: “Ik had van geloven veel meer verwacht”.
We voelen ons aangesproken door een tekst als in Openbaring 2 vers 4,5
4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u!

 

Hier komt heel veel op ons af!

 

Wat is geloven?
Is het een pientere daad van mijzelf?
Is het een kunst die je aan moet leren?
Moet je er voor studeren?

 

Geloven is een vast grijpen aan God of als je dat liever wilt zeggen: Een vastgrijpen aan Jezus Christus.
Een heel mooi hulpmiddel, om te begrijpen wat geloven nou precies is, geeft de Bijbel in Numeri 21 vers 6-9

 

6 Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volk van Israël.
7 Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid de HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneemt. Toen bad Mozes voor het volk.
8 En de HEERE zei tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.
9 En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
Laat dit stukje Bijbel eens goed op je in werken.
Denk er over na:

 

Wat gebeurd hier? Vers 6-9
God stuurt giftige slangen. Die bijten mensen. De mensen die gebeten zijn sterven in heel korte tijd. Vers 6
De mensen zoeken hulp. Bij wie? Bij hun leider. Bij Mozes. Vers 7
Kan Mozes helpen (een dominee, evangelist, pastoor. zendeling, voorganger)?
Bij wie zoekt Mozes hulp? Vers 7
Joeg de Heere hem weg? Vers 8a
Nee! Maar Hij gaf opdracht tot een daad. Aan Mozes, vers 8b
Nam Mozes de opdracht serieus? Vers 9a
Welke boodschap had Mozes van God mee gekregen? Vers 8 slot.
Wat moesten de mensen die gebeten waren doen?

 

Wat zei Mozes tegen hen:
Ga veel bidden of het mag gebeuren dat je geneest….?
Mocht het toch eens gebeuren dat je beter werd…?
Vraag of de Heilige Geest je bidden wil leren…..?
Je moet maar veel bekeringsgeschiedenissen lezen…..?
Of zei hij: “God heeft verschillende van jullie uitgekozen om genezen te worden en verder te kunnen leven…?”
Of zei hij: “Je moet eerst zeker weten dat het helpt en dan mag je kijken naar de slang. In de tekst staat trouwens “als hij haar aanziet, zo zal hij leven”. Er naar kijken is iets heel anders als de slang aanzien.

 

Denk hier eens goed over na. Een eindje verder kom ik hierop terug!
Wat gebeurde er?
Met de mensen die niet keken? Zij stierven!
Met de mensen die wel keken ? Zij bleven leven.

 

Waarom werden die mensen beter?
Omdat die slang iets geheimzinnigs uitstraalde…?
Omdat ze bang waren voor Mozes? (die het tegen hen gezegd had) of wilden ze hem een plezier doen?

 

Stop maar: Er was één ding. Degenen die geloofden wat God gezegd had, die werden beter. Zij keken omdat ze geloofden in Gods Woord.

 

De Heiland komt op deze geschiedenis terug in Johannes 3:
Uitspraak van de Heiland Zelf: 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderft, maar het eeuwige leven heeft.
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verderft, maar het eeuwige leven heeft.
17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

 

Leg dit gedeelte van Johannes eens naast het gedeelte uit Numeri en denk daar dan over na. We hebben nu tijd genoeg om na te denken. Maar tevens is het ook een tijd die ons leert om ernst te maken met geloven in Jezus Christus. Op dezelfde manier als de mensen in de woestijn.

 

Het was een heel onlogische opgave: Opzien naar de slang dan ben je beter. En dat moest je geloven! Gewoon geloven.

 

En nu wat Jezus zegt:
Wil je gered zijn….. leven…..?
Dan moet je zien op Jezus. Op Hem alleen……

 

Je moet geloven dat Hij de Redder van zondaren is. Hij alleen.
Een blik op Hem, in geloof…. Is tot eeuwige redding.
Het is zo heerlijk, zo rijk om in dat geloof te leven. Nooit tobben, maar weten dat ik van Hem ben. Dat geeft een mens moed ook midden in deze Corona pandemie! Dan kun je verder elke dag weer opnieuw. Ook al nemen onze regeerders nog strengere maatregelen.

 

Maar, o wonder dan kun je leven met de wetenschap dat je eens zult sterven. Corona of niet. Dat jaagt geen angst aan. Want Hij is voor je gestorven.
Dat hoef je niet te beven als je aan God denkt, want in Jezus Christus ben je met Hem verzoend.

 

En dan is er zomaar een dag dat je niets meer gelooft of op allerlei manieren heen en weer gegooid wordt. 
Mijn geloof laat me in de steek. Mijn houvast is weg. De toekomst zie ik net zo donker in als de eerste de beste die niets gelooft.

 

Om dat te voorkomen moet je ook niet praten over “mijn geloof” alsof het iets van jezelf is. Iets dat doet, iets dat presteert…..
Dan kun je geloven in een Opperwezen, maar ook in Boeddha, of wat voor zwerfgod ook.
Dan geloof je daar wel in maar je hebt er niets mee. Zo kun je ook in Jezus geloven. Maar dan heb je geen relatie met Hem. Geen stille omgang.

 

Romeinen 3:22 spreekt over een ander geloof: 
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

 

Dan is het geloof geplant door de Heilige Geest in je hart. Dat is geloof voor eeuwig. Dat is een vast vertrouwen. Een verbonden leven met de Heiland Zelf. Dan mag je leven aan Zijn hand en sterven aan Zijn borst.

 

Toch kan ook dat geloof wankelen en niet functioneren…..
Door slordiger leven…
Door aanvechtingen van de duivel……
Door niet dicht bij de Meester te leven…..
Door je aan zonden over te geven…..

 

Zo is er nog wel het één en ander aan te wijzen als oorzaak voor het ineenstorten van ons geloof.

 

Hoe kom je dan weer terug bij de situatie van eerst. Hoe krijg je dat geloof weer terug?
Luisteren naar mensen die zeggen: Ja, maar je moet geloven. Jezus heeft het Zelf gezegd…..
Moet je de draad weer oppakken…..? Nee! En ook ja!
Als je dat zelf waar moet maken, houdt je het nooit vol!

 

EVEN TERUG NAAR NUMERI
Wat moesten de mensen doen om te blijven leven?
Een keertje naar de slang kijken….?
NEE! Naar de slang OP ZIEN, omdat God dat aanwees.

 

Voor ons nu:
Als midden in deze Corona periode ons hart bezwijkt en ons geloof ons in de steek laat, wat moeten we dan doen?
Stil gaan zitten…… en denken aan het onuitsprekelijke wonder dat God Zijn Zoon gaf, voor ons. Dat Hij betaalde voor….. onze zonden……
Stil gaan zitten met een Bijbel, Gods Woord aan ons…..
Denken, overgeven aan de Heere, zonden belijden, vastgrijpen aan Jezus Christus.
“Maar dat gaat nu juist niet!” is misschien wel uw vertwijfelde uitroep.

 

Ik ga proberen u wat hulp aan te bieden.
Wij denken aan “mijn geloof”, we willen met “ons geloof” allerlei dingen bereiken. Maar in de Bijbel kom ik iets verrassends tegen.

 

Lees mee: “Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven”; Romeinen 3:22

 

Ziet u het: daar staat niet “mijn geloof”.
We gaan daar niet een heleboel over schrijven, maar onthoud dit waar staat: geloof in Christus, daar hadden de vertalers net zo goed geloof van Christus kunnen schrijven. Het woordje dat daar in de in de grondtaal staat is zowel in als van.

 

We gaan een kleine toepassing maken naar deze studie:
Als de verslagen gelovige, wiens geloof niet meer functioneert, niet meer levendig is, verdrietig zijn hoofd buigt, dan is zijn of haar geloof nog niet echt dood. Maar het is heel klein, zo klein dat het geen kracht meer doet.
Hoe krijg ik mijn geloof terug?
Stil zijn en zien op Jezus, met aandacht.

 

Dan geeft Hij het geloof.
Geloof in beoefening is altijd van Hem vandaan. Hij vraagt geloof. Hij nodigt om te geloven. Maar Hij geeft ook het geloof.
Dat is het wonder van het echte geloof. Dat is door de Heilige Geest in het hart geplant, het wordt ook door de Heilige Geest onderhouden.

 

Ik vind dat altijd zo mooi in Psalm 32.
Die moet u nu eens echt met aandacht lezen, toegepast op deze studie over geloof.
Let op de lofprijzing in vers 1 en vers 2

 

Geef aandacht aan vers 3 en 4, en proef de nood toen hij in de zonde was gevallen en zijn geloof weg was. Maar ook hoe hij in dit alles Gods hand tegen hem ervaren heeft. Hij is daar niet voor gevlucht, hij heeft die hand niet afgeslagen maar hij heeft ervoor gebogen. “Ik ben schuldig Heere!”

 

En dan volgt wat vers 5.
Wat een heerlijk moment: jezelf helemaal overgeven aan de Heiland. Je aan Zijn handen toevertrouwen en dan van Hem geloof ontvangen om je in geloof helemaal vast te klemmen aan Hem Die Zijn leven gaf voor mij….

 

Dan kun je ook begrijpen dat de lof uit zijn mond opklimt in vers 6, en de onuitsprekelijke dankbaarheid in vers 7. Het juicht zomaar uit zijn hart. Niet alleen uit zijn mond!

 

Dan geeft hij zich ook graag over aan de woorden van de Heere die dan volgen in vers 8 en 9. Onderwezen worden door de Heere. Versterking van zijn geloof ontvangen van de gekruisigde Jezus. De vreugde en blijdschap kunnen niet op. Hij zal zijn eigen weg niet meer gaan. Zijn versterkt geloof maakt hem ook bewuster van alles. Het versterkt hem ook in zijn strijden tegen de zonde.

 

In vers 10 en 11, loopt zijn mond over van vreugdevolle vermaning en vertroosting aan ons. Let op wat er gebeurd als je niet kiest voor een leven met de Heere… En aan de andere kant als je vanuit je gesneuvelde geloof je handen en je hart uitstrekt naar de Heere Jezus. 
Dan zal de Heilige Geest de vreugde en blijdschap vermenigvuldigen in je hart en in je leven.

 

1 Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.
2 Welgelukzalig is de mens, die de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
3 Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den hele dag.
4 Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogte. Sela.
5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaf de ongerechtigheid van mijn zonde. Sela.
6 Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd; ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken.
7 Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela.
8 Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg, die gij gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.
9 Weest niet gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil men breidelt met toom en gebit, opdat het tot u niet genaakt.
10 De goddeloze heeft veel smarten, maar die op de HEERE vertrouwt, die zal de goedertierenheid omringen.
11 Verblijdt u in de HEERE, en verheugt u, gij rechtvaardigen! en zingt vrolijk, alle gij oprechten van hart!

 

Van harte Gods zegen.
Niet al te moedeloos je hoofd buigen onder de omstandigheden waarin we nu verkeren. Maar je hoofd buigen naar het kruis van Golgotha. Naar Jezus Zelf.
Hij steekt Zijn handen uit, vol liefde naar mensen die het zelf niet meer kunnen. Hij zegt niet dat het je eigen schuld is. Nee! Maar Hij trekt je daar uit en laat je het goede van dit leven zien….

 

De Heiland zei tegen Petrus het volgende: “De Heere zei: Simon, Simon, ziet, de satan heeft zeer begeerd om u te ziften als de tarwe; Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoud; en u, als u eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders”. Zo bidt Hij ook vandaag voor allen die in Hem geloven.

 

En weet je wat Hij ook doet….
Hij richt je ogen op Zijn heerlijk Koninkrijk waar je straks ongestoord mag leven.
Het Koninkrijk waar geen Corona virus is, waar geen ziekte, of handicap, of pijn meer zal zijn. Maar eeuwige vreugde. Door niets gestoord, met het oog op de Koning.
Geniet dwars door alle zorgen heen, met volle teugen in de dienst van de Heere.
Verlustig u in de Heere, zei Paulus

Hartelijke groeten van Jan en Nellie van Dooijeweert

 

 

VRAGEN STELLEN

http://www.evangelist-van-dooijeweert.com/445482283