Ons dagboek op 9 november 2021 - is genomen uit een dagboek van 1938

IN WITTE KLEREN

Doch gij hebt enige weinige namen, ook te Sardis, die hun kleren niet bevlekt hebben en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, overmits zij het waardig zijn. Openb. 3:4

 

Lezen: Openb. 3:1-6.1 Samuel 1 : 19-28

Wanneer de Verzoeker zich niet ontzag zijn giftige pijlen op onze Zaligmaker af te schieten, dacht gij dat hij u zou sparen? En wanneer een Petrus valt, een Thomas struikelt, een Johannes te berispen is, dacht gij dat gij dan onkwetsbaar zijt?

Zoo lichtelijk vallen wij in zonde en dwaling en bevlekken onze kleren. Ach neen, in witte, onbevlekte kleren wandelen wij hierbeneden nog niet. Wij struikelen allen in vele.

Dientengevolge is er zoveel bekommering, vrees en treurigheid in het hart van Gods kinderen. De liefelijke gemeenschap met hun Overste Leidsman werd verbroken. Zijn aangezicht missen ze nu. Zijn woord dringt niet door tot hun hart. Zijn leiding zijn ze kwijt. Zij staan verlaten, twijfelend, droevig aan den weg. Waarheen? Waarheen?

 

Ach! waar dan heen; tot U alleen; Gij zult ons niet verstoten." Voor den boetvaardige zondaar is er aanneming bij God. Hem geeft Hij Zijn belofte, in Jezus Christus ja en amen. Die belofte zal eenmaal werkelijkheid worden. Dan geen bevlekte kleren meer. Dan geen droeve aangezichten. Maar gemeenschap, eeuwig en altoos, met Christus.

Een wandelen met Hem in witte kleren. Een geluk, dat alle verstand te boven gaat.

Witte kleren zijn reine kleren. Want in Christus is de gelovige gerechtvaardigd en geheiligd. In Hem welbehaaglijk in de ogen van God. Witte kleren zijn feestkleren. Wie door Christus met God verzoend is, smaakt hier iets van de hemelse vreugde en zal eenmaal een zaligheid genieten, welke geen oog heeft gezien, geen oor gehoord en in geen mensen hart is opgekomen.